De vernieuwde pagina werkvormen!

Als er oorlog komt, mag ik dan bij jou?

Naar overzicht werkvormen

Met deze werkvorm halen we levenslessen uit Mozesí vluchtelingperiode naar onze tijd. Spelenderwijs verplaatsen kinderen zich in de situatie dat ze in een vreemd land moeten gaan wonen.

Doel 

  • De kinderen leren dat Mozes een vluchteling is geweest en dat er nu nog steeds vluchtelingen zijn

  • De kinderen verplaatsen zich in hoe vluchtelingen in onze tijd vanuit hun eigen land hier komen

  • De kinderen ontdekken dat het goed is als vluchteling en gastland allebei hun best doen om behulpzaam te zijn, zoals in Mozes’ situatie.

Nodig:

  • vlaggetjes (Engeland, Italië, Denemarken)
  • de kaart van Europa
  • papieren kinderpaspoorten om zelf in te vullen
  • pennen
  • muziek (cd-speler, trommel of via de geluidsinstallatie)
  • je kunt de beleving verhogen door tassen en koffers in de zaal te leggen.  
  • bij verwerking 2 kun je rond de drie balies voor extra aankleding zorgen.
  • Exodus 2: 11 en 22
  • Exodus 2: 17 t/m 20


Achtergrondinformatie:

Mozes was een gewoon Joods jongetje dat geboren werd in de tijd dat de Israëlieten in Egypte woonden. Hoewel ze een slavenbestaan leidden, groeide het volk en werd het zo groot dat de farao het als een bedreiging zag. Hij eiste dat Joodse jongetjes direct na hun geboorte in de rivier de Nijl werden gegooid. De moeder van Mozes verborg hem totdat dit niet meer kon. In een zelfgemaakt mandje zette zij hem in de Nijl. De dochter van de Farao vond hem en adopteerde hem. De eerste jaren van zijn leven was zijn eigen moeder zijn voedster.

Toen Mozes volwassen was geworden, zocht hij op een dag de mensen van zijn volk op. Nadat hij een Egyptenaar doodsloeg, vluchtte hij voor de farao en kwam in Midjan terecht. Hij vond er onderdak, werk en een vrouw. Zij bracht een zoon ter wereld en Mozes noemde hem Gersom, ‘want’, zei hij, ‘ik ben een vreemdeling geworden, ik woon in een land dat ik niet ken.’ Toen God hem riep om de Israëlieten uit Egypte te leiden, zag Mozes deze taak eigenlijk niet zitten. Met tien plagen oefende God druk uit op farao. Deze liet uiteindelijk het volk gaan, waarna de tocht naar het beloofde land begon. Deze reis duurde uiteindelijk veertig jaar. Mozes werd opgevolgd door Jozua.

Hieronder staan drie verwerkingsvormen.

Verwerkingsvorm 1 (10 minuten)

Laat de kinderen in een kring zitten, bij voorkeur op de grond of op kussens.

  • Vertel in eigen woorden het verhaal van Mozes zoals hierboven beschreven.

  • Vertel de kinderen dat jullie gaan doen alsof zij in een vluchtelingenkamp zitten. Er is oorlog in hun land en zij zijn gevlucht, maar weten nog niet waar ze naartoe kunnen.

  • Zeg de kinderen dat ze - net als bij ‘zakdoekje leggen’ - hun ogen mogen dichtdoen.

  • Eén van de leiding loopt - net als bij ‘zakdoekje leggen’ - om de kring heen.

  • De leider die om de kring heenloopt, zingt het derde couplet van het lied: ‘toen ik naar mijn naaste zocht’:
    Ik had niets en zocht een huis
    waar was jij? Waar was jij?
    Ik had niets en zocht een huis
    waar was jij?

  • Al zingend legt de clubleider drie soorten vlaggetjes achter de kinderen. Ieder kind krijgt een eigen vlaggetje: Engeland, Italië of Denemarken.

  • De kinderen doen hun ogen open en vinden hun vlaggetje.

  • Benadruk dat vluchtelingen niet zelf mogen kiezen waar ze naartoe gaan. Mensen uit dezelfde stad komen soms in verschillende landen terecht.

  • Vraag de kinderen wat ze van deze landen weten. Help ze eventueel op gang met vragen zoals: welke taal ze daar spreken, met welk geld ze betalen, hoe het weer is, waar het ligt. Gebruik hiervoor de kaart van Europa.


Verwerkingsvorm 2 (10 minuten)

  • Zorg dat op drie verschillende tafels op verschillende plaatsen in de zaal papieren paspoorten liggen.

  • Laat de kinderen bij de juiste balie hun vlaggetje inwisselen voor een paspoort en laat de oudere kinderen eventueel hun paspoort invullen. Laat de baliemedewerker af en toe wat barse vragen stellen.

  • De kinderen hebben nu allemaal een paspoort.

  • Vraag de kinderen hoe ze het vinden om in een vreemd land te zijn.

  • Vertel in je eigen woorden dat Mozes zich behulpzaam opstelt en dat hij daardoor uitgenodigd wordt om bij Midjanieten te komen eten. Je vindt dit verhaal in Exodus 2: 17 t/m 20.

  • Vraag de kinderen wat vluchtelingen zelf kunnen doen en wat mensen in het gastland kunnen doen.

 

 Verwerkingsvorm 3 (10 minuten)

Let op! Verwerkingsvorm 3 is mogelijk minder geschikt voor kleuters. In deze vorm wordt een aantal paspoorten afgenomen. Jonge kinderen zullen dit niet goed begrijpen en kunnen teleurgesteld reageren.

  • Zet een rijtje stoelen klaar met de rugleuningen tegen elkaar. Evenveel stoelen als er kinderen zijn.

  • Vertel de kinderen dat niet alle vluchtelingen in Nederland mogen blijven. Haal terwijl je praat één stoel weg.

  • Vertel de kinderen dat ze rond de stoelen mogen lopen zolang ze muziek horen. Zodra de muziek stopt, moeten ze op een stoel gaan zitten.

  • Doe dit drie keer. Drie vluchtelingen kunnen niet blijven. Zij moeten hun paspoort inleveren.

  • Vraag de kinderen hoe zij het vinden dat niet iedereen mag blijven.

  • luister afsluitend naar het lied: Toen ik naar mijn naaste zocht - lied 402 uit de Evangelische Liedbundel


Tip: Zit er een top-uitspraak van één van de kinderen bij, schrijf deze dan op of laat deze opschrijven. Maak er een foto van en lever ‘m in bij de redactie (Facebook, zondagsbrief) van jullie kerk.



 

Naar overzicht werkvormen

www.jop.nl maakt gebruik van cookies.
De website van de Jop gebruikt cookies van Google Analytics om de eigen kwaliteit te verbeteren. Deze gegevens zijn anoniem gemaakt. Soms wordt echter inhoud getoond van Facebook, YouTube of Twitter; deze social media gebruiken hun cookies ook om advertenties te tonen.