Werkvormen voor
jouw jeugdwerk

Geloof je het zelf?

Naar overzicht werkvormen

Programma over twijfel in God aan de hand van spellen, stellingen, een bijbelverhaal en gesprek

Het zal je maar gebeuren... je zit met al je werkvormen over geloven in God klaar. Bij je introductie van het thema reageert Marieke van 14: "Ik geloof eigenlijk niet!". Daar ga je dan met je goeie gedrag en je creatieve werkvormen. Aan de andere kant kan een dergelijke opmerking een aanknopingspunt zijn om eens helemaal naar die vraag te gaan.

Wat is waar (introductie)
Doel: op luchtige wijze ontdekken dat ongelooflijke verhalen toch waar kunnen zijn
Tijdsduur: tien minuten
Nodig: voor elke deelnemer een rood en een groen papier, drie verhalen (link staat in de tekst hieronder)

Klik hier voor de drie verhalen of kijk voor meer verhalen op www.broodjeaap.nl of op www.anekdote.nl. Vertel de groep dat je het dit keer met elkaar hebben gaat over ‘geloven' en ‘niet geloven'. Lees het eerste verhaal voor en vraag de jongeren of het waar is of niet. Iedereen die denkt dat het verhaal waar is, steekt het groene papier omhoog. Degenen die denken dat het niet waar is, houden het rode papier omhoog. Vertel vervolgens de uitslag en ga door naar verhaal twee en tot slot naar verhaal drie. 

Wat betekent ‘geloven'?
Doel: jongeren ontdekken diverse betekenis-accenten van het woord ‘geloven' en passen dat toe op hun godsbeeld
Tijdsduur: tien minuten
Nodig: de print ‘Wat betekent ‘geloven'?' met vier afbeeldingen (link staat in de tekst hieronder), blanco A4's, stiften

Klik hier voor de prints, print deze (zo mogelijk) in kleur uit. Hang de prints op of leg ze op tafel. Laat de jongeren reageren op de vier vormen van geloven en laat ze, als ze iets niet begrijpen, om toelichting vragen.

Laat de jongeren vervolgens even nadenken over de vraag welke van deze vier vormen van geloven bij hun geloof in God past. Als iemand een andere vorm van geloven wil toevoegen, die niet op één van de prints staat, kan dat. Geef de stift en blanco A4's zodat ze zelf iets kunnen tekenen. Ga vervolgens in gesprek; laat jongeren toelichten waarom ze dat zo ervaren, wissel verschillen uit.

Ongelovige Tomas
Doel: jongeren onderzoeken samen wat de bijbelse notie is van ‘ongeloof' in het verhaal over Tomas die Jezus' opstanding niet direct kon accepteren
Tijdsduur: tien minuten
Nodig: bijbeltekst Joh. 20:19-29

De apostel Tomas wordt vaak ‘ongelovige Tomas' genoemd, omdat hij niet direct wilde accepteren dat Jezus was opgestaan uit de dood. Waar de anderen Jezus' opstanding direct accepteerden, wilde Tomas eerst de wonden zien. Lees nu de betreffende passage uit de Bijbel (Joh. 20:19-29) voor aan de jongeren. Stel hun vervolgens enkele vragen: welk beeld heeft Tomas in de Bijbel? Is hij ‘goed', ‘slecht', ‘anders'? Eerst ‘slecht', daarna ‘bekeerd'? Je kunt vervolgens jouw eigen idee hierover delen. Licht het verhaal nog even toe. Tomas geloofde niet dat Jezus echt was opgestaan uit de dood en wilde ook aan Jezus' wonden voelen om te bewijzen. Daar komt de uitdrukking ‘Ongelovige Tomas' vandaan. Zijn we niet allemaal een beetje zo? Willen wij niet allemaal eerst "voelen" (op wat voor manier dan ook), voor we iets geloven? Misschien staat Tomas gewoon voor dé mens! En ten slotte: de Bijbel vertelt van verhalen van mensen die een goddelijke hand ervaren in hun leven, wat dat ook mag zijn. Eigenlijk onthult de apostel Tomas met al zijn onwetendheid in één eenvoudige regel een diepe waarheid over ons menselijk bestaan: wij kennen de weg niet.

Omdat ík het zeg!
Doel: jongeren realiseren zich dat er allerlei redenen zijn om iets voor wáár aan te nemen, maar dat geen enkele reden altijd waterdicht is
Tijdsduur: vijftien minuten
Nodig: taartdiagram, flap-over en filtstift

Klik hier voor de taartdiagram. Print de taartdiagram of teken hem na (inclusief de tekst bij elke punt) op de flap-over. De taart is een ‘kennistaart' en bevat allerlei ‘vormen van kennis', die je kunnen overtuigen of iets echt waar is. Elke taartpunt verwijst naar een ander soort kennis of argument. Elk mens heeft een neiging om bepaalde vormen van kennis eerder te geloven dan andere. Gewoon omdat hij of zij daar vanuit zijn of haar karakter meer mee heeft dan met iets anders. Zo is de ene persoon vooral een gevoelsmens, terwijl de ander vooral een doener is en kijkt naar de werkbaarheid van iets. Daarnaast zijn sommige argumenten in onze westerse cultuur meer in zwang dan andere (bijvoorbeeld: ik kan het berekenen).

Onder het diagram staan voorbeeldsituaties. Elke situatie past het meest bij één van de vormen van kennis (bij een van de taartpunten dus). Laat de jongeren elk voorbeeld plaatsen bij een taartpunt. Lees telkens één situatie voor en laat de jongeren vervolgens de situatie in de taart plaatsen. Als je de taart vol hebt, kan je met elkaar in gesprek over de vraag ‘wanneer is iets waar'. Elke vorm van kennis heeft z'n beperkingen, dat kan je ook uit de voorbeeldsituaties halen. Vraag de jongeren bij elk van deze voorbeeldsituaties de grenzen of beperkingen te ontdekken. Deze beperkingen zijn voor jou beschreven in het document bij de voorbeeldsituaties. Constateer met elkaar dat geen enkele reden om iets voor wáár aan te nemen, waterdicht is.

Stellingen: hij gelooft, zij gelooft niet
Doel: jongeren onderzoeken of de reden die iemand aangeeft om niet in God te geloven, ook werkelijk iets zegt over geloven in God (of dat het eigenlijk iets anders zegt)
Tijdsduur: vijftien minuten
Nodig: citaten (link staat in de tekst hieronder)

Klik hier voor de citaten. Wijs twee hoeken van de ruimte aan. De ene hoek staat voor ‘Nee' en de andere hoek voor ‘Ja'. Lees vervolgens het eerste citaat voor en stel de vraag of hij (zij) hiermee zegt: ‘Ik geloof niet in God!'. Vraag jongeren in de hoek te gaan staan met het antwoord van hun keuze. Ze móeten een keuze maken. Bij veel citaten is voor beide antwoorden wat te zeggen en dat mag. Laat jongeren per citaat kort (hooguit een minuut) argumenten uitwisselen. Vervolg met het tweede citaat, en zo verder. Let bij deze werkvorm goed op, dat de deelnemers hierbij antwoord geven op de vraag ‘Is dit een argument om niet in God te geloven?', het is dus niet de bedoeling dat ze laten zien of ze het eens zijn met de uitspraak of niet.

Geloof je het zelf-memory
Doel: jongeren worden zich spelenderwijs bewust grenzen aan hun geloof en van ‘criteria' die ze eventueel hebben om te kunnen en willen geloven in God
Tijdsduur: vijftien minuten
Nodig: memorykaartjes (link staat in de tekst hieronder).

Ieder geloof heeft zo z'n grenzen. Die grenzen zijn vaak heel persoonlijk. Ze vertellen iets over waarin iemand écht niet kan geloven (of wel). Met behulp van een memoryspel worden jongeren aangezet om af te tasten wat bij hun eigen geloofsbeleving past en wat niet. Klik hier voor de memorykaartjes.

Leg de kaartjes met de tekst naar onderen op tafel. Eén jongere krijgt de beurt om te beginnen. Hij of zij start met het uitspreken van de woorden: "Ik geloof...", draait vervolgens één kaartje om en leest de tekst voor, zegt nog eens "Ik geloof..." en doet hetzelfde met een tweede kaartje. Horen de twee kaartjes niet bij elkaar, dan worden ze weer op hun kop gelegd en krijgt de volgende persoon de beurt. Zodra een jongere twee bij elkaar horende kaartjes heeft omgedraaid, licht hij of zij toe welke van de twee het meest aanspreekt en waarom. Anderen brengen hun mening vervolgens in. Na hooguit een minuut bespreken, neemt een volgende jongere de beurt over.

Open kaart spelen (afsluiter)
Doel: jongeren geven globaal aan wat hun huidige geloofsbeleving is, of - als dat zo zou zijn - de afwezigheid daarvan
Tijdsduur: tien minuten
Nodig: voorbeeldkaartjes (Link staat in de tekst hieronder)

Klik hier voor de voorbeeldkaartjes. Leg alle kaartjes met mogelijke geloofsbelevingen met de tekst naar boven op tafel. Vergeet niet er een aantal blanco kaartjes bij te leggen. Alle jongeren kiezen tegelijk het kaartje dat het dichtst bij hun eigen beleving komt. Iedereen licht kort zijn of haar keuze toe.

Tip: Kluun heeft in november 2009 het boekje 'God is gek' geschreven, in het kader van de maand van de spiritualiteit. "Slechts 14% van alle Nederlanders gelooft absoluut niet in een God of hogere macht en zegt overtuigd atheïst te zijn. Ik kreeg de afgelopen jaren de indruk dat die 14% allemaal bij de opiniërende media terechtgekomen is" , schrijft hij. 'God is gek' is een eigentijds, eerlijk en humoristisch boekje dat je verder kan helpen om dit thema in de groep eens aan de orde te stellen.

Naar overzicht werkvormen

www.jop.nl maakt gebruik van cookies.
De website van de Jop gebruikt cookies van Google Analytics om de eigen kwaliteit te verbeteren. Deze gegevens zijn anoniem gemaakt. Soms wordt echter inhoud getoond van Facebook, YouTube of Twitter; deze social media gebruiken hun cookies ook om advertenties te tonen.