Werkvormen voor
jouw jeugdwerk

Handvatten voor relatiegericht jeugdwerk

Naar overzicht werkvormen

Denk met jeugdwerkers na over het doel van jeugdwerk en -pastoraat.

Hieronder vind je zes vragen om te bespreken met anderen die betrokken zijn bij het jeugdwerk of om in je gemeente te praten over 'omzien naar kinderen of jongeren'. Bij de vragen staan aanvullende verwerkingsvormen bij de +.

Eind 2017 bood JOP een webinar aan over 'relatiegericht jeugdwerk', kijk het hier terug.

Doel: met de leiding van het jeugdwerk bezinnen op relatiegericht jeugdwerk en jeugdpastoraat

1. Je bent actief in het jeugdwerk, maar waarom eigenlijk?
Noem of bedenk een aantal redenen waarom je je voor kinderen of jongeren inzet. Dat kan zijn omdat je het leuk vindt om met hen om te gaan, omdat je het prettig vindt om iets te doen in de gemeente, omdat je nou eenmaal gevraagd bent, omdat je gelooft en daar graag iets van wilt overbrengen op de jeugd, enzovoorts.

+ Iedereen schrijft dit op post-its, één motivatie per briefje.

2. Weten de jongeren wie jij bent, wat je doet en waarom je dat doet?
‘They don't care how much you know, untill they know how much you care,' is een uitspraak die op jeugdwerk van toepassing is. Het maakt jongeren niet zoveel uit hoeveel je weet, totdat ze weten hoeveel je om hen geeft. Wat vind je van deze uitspraak?

+ Hang de uitspraak op, of schrijf hem groot op een flapover of bord.

3. Denk bij pastoraat ook aan de jeugd. Wat is jeugdpastoraat eigenlijk? ‘Jeugdpastoraat is het begeleiden van kinderen en jongeren op hun weg door het leven vanuit het perspectief van Gods Woord.' Deze definitie geeft N.C. van der Voet. Wat vind je van deze definitie? Wat betekent dit voor hoe je jezelf ziet als coach?

4. Ken je de jongeren voor wie je je inzet? Bespreek met elkaar wat je zou kunnen doen om de kinderen beter te leren kennen. Spreek je wel eens werkelijk met ze, behalve over het programma dat je met hen draait? Weet je hoe het thuis en op school met ze gaat? Hoe gaat het met vriendschappen of eventuele ruzies? Weet jij waar zij zich in hun vrije tijd ophouden? In het buurthuis, in de disco, op internet: Facebook, Twitter, Snapshot, Instagram. Ben jij daar ook wel eens? Vraag ernaar, één op één. Luister en onthoud wat ze vertellen zodat je er nog eens, oprecht geïnteresseerd, naar kunt terugvragen.

+ Iedereen schrijft twee concrete voornemens op die je gaat uitvoeren. 

5. Geef jij om de jongeren waarvoor je je inzet? Hoe laat je dat aan ze merken? De vragen bij punt vier kunnen je daarbij bepalen. Daarnaast kan je bijvoorbeeld iets doen bij overgangsmomenten, bijvoorbeeld de overgang van basisschool naar middelbare school. Maak daarvoor een plan. Maar let op: zonder te investeren in de persoonlijke relatie zoals die met de aandachtspunten bij punt vier bedoeld is, zal een verjaardagskaart geen teken zijn van meeleven en betrokkenheid. Met andere woorden: de aandacht op overgangsmomenten is alleen van persoonlijke waarde, als je al die andere dagen van het jaar ook oprecht investeren wilt in de relatie met elke jongere.

6. In gebed breng je onderwerpen of personen voor Gods aangezicht die je in je hart hebt, of voor wie je iets van Gods liefdevolle aanwezigheid verlangt. Bid jij wel eens voor kinderen of jongeren uit je groep?

+ Bid samen meteen voor de jeugd, bijvoorbeeld door alle namen op te noemen of te schrijven. Of verdeel de namen van de jongeren over de jeugdleiders en spreek af dat iedereen de komende week/maand/jaar voor deze persoon bidt.

Verder met jeugdpastoraat en relatiegericht jeugdwerk in jouw gemeente? Volg de basistraining Jeugdpastoraat

Naar overzicht werkvormen

www.jop.nl maakt gebruik van cookies.
De website van de Jop gebruikt cookies van Google Analytics om de eigen kwaliteit te verbeteren. Deze gegevens zijn anoniem gemaakt. Soms wordt echter inhoud getoond van Facebook, YouTube of Twitter; deze social media gebruiken hun cookies ook om advertenties te tonen.