Werkvormen voor
jouw jeugdwerk
Programma: Kerstmusicals Werkvorm 3 van 3

Kerstmusical De dieren van Bethlehem

Naar overzicht werkvormen

Een kinderkerstmusical over de dieren in Bethlehem, ideaal om te gebruiken voor een kinderkerstviering.

De Dieren van Bethlehem

Musical kinderkoor Twinkels, 2015

Musical “De Dieren van Bethlehem”

 

Het verhaal

De dieren van Bethlehem moeten worden geteld. Meneertje Duif

neemt zijn taak heel serieus, maar dan komt er een brief binnen van

Veldmuis: Jozef en Maria komen eraan en Maria is zwanger van een

bijzonder kind. De dieren moeten een slaapplaats voor hen zoeken.

Lukt het om op tijd alle dieren geteld te hebben en een slaapplek te

vinden voor het bijzondere kindje? Gelukkig helpen de dieren mee!

 

Rolverdeling

  • Meneertje Duif
  • Papegaaitje
  • Eekhoorn
  • Muilezel
  • Schildpad
  • Os
  • Uil
  • Verteller
  • Bokje
  • Schaap 1
  • Olifant
  • Schaap 2
  • Haan
  • Jozef
  • Hond
  • Maria
  • Vies vliegje

 

Liedjes:

  • Lied 1 Stel je voor dat er geen dieren zouden zijn – Marcel & Lydia Zimmer (Ezelsoren)
  • Lied 2 Meneertje Duif – Gerard van Amstel (Zitten of Opstaan 1)
  • Lied 3 Rel del tel snel – Simon en Zo (boekje CD Ergens in de Verte)
  • Lied 4 Tjok tot aan de nok – Gerard van Amstel (...)
  • Lied 5 Vrolijk Kerstfeest iedereen – Lee Ann Vermeulen (Hemelhoog)

 

Scène 1: De telling der dieren

Lied 1

Stel je voor dat er geen dieren zouden zijn

geen kangoeroe, geen olifant, geen haas en geen konijn

dan zwommen er geen vissen en geen kikkers in de sloot

had Noach rondgevaren in een grote lege boot

Stel je voor dat er geen dieren zouden zijn

geen nijlpaard en geen chimpansee en ook geen hermelijn

dan lagen er geen schapen bij de herders in het dal

en stond er dus geen os en ook geen ezel in de stal

Want die schitterende wereld

waar de mensheid woont en leeft

is niet af zonder de dieren

die Uw hand geschapen heeft

help ons goed voor hen te zorgen

zorg dat niemand ooit vergeet

zonder al die mooie dieren

is de aarde niet compleet

Stel je voor dat er geen dieren zouden zijn

geen regenworm, geen egeltje, geen hert en geen dolfijn

geen cavia, geen lama, alleen mensen - verder niets

dan kwamen de drie wijzen uit het oosten op de fiets

Want die schitterende wereld….

Stel je voor dat er geen dieren zouden zijn

geen neushoorn en geen vogelspin en ook geen everzwijn

dan was er geen kameel die door het oog ging van een naald

en werden bij het vissen lege netten opgehaald

Want die schitterende wereld…. (2x)

 

Op het podium staat een tafel met een scorebord met omklapbare

cijfers. De rij kinderen loopt van achteren naar voren langs de tafel,

zodat hun gezichten op het publiek gericht zijn. Verder staat er een

ouderwetse telefoon op een pilaar.

 

Meneertje Duif: Goed dat jullie gekomen zijn voor de grote telling der

dieren. (kijkt op zijn klapper) Ik zie dat we nog wel wat dieren

missen, maar die zullen zo nog wel komen.

Eekhoorn: Om iedereen goed te kunnen tellen willen we jullie vragen

om in de rij te gaan staan.

Meneertje Duif: Alle vieze dieren in één rij

Eekhoorn: Alle schone dieren in de andere rij

Vies vliegje: Niemand is zo vies als ik. Ik maak alles vies!

Schildpad: Waar hoor ik dan bij?

Eekhoorn: Iedereen klaar? We gaan beginnen!

Meneertje Duif: Volgende! … Volgende! … Volgende!

De dieren lopen langs de tafel, bij elke volgende klapt Meneertje

Duif het scorebord om. De dieren die geweest zijn sluiten achteraan

de rij weer bij. Schildpad sluit aan in de rij voor schone dieren. Dan

komt Uil aanvliegen.

Uil: Meneertje Duif! Meneertje Duif! Ik heb een envelop!

Meneertje Duif: Geen tijd!

Uil: Het is belangrijk!

Meneertje Duif: 13, 14

Uil: Echt heel!

Meneertje Duif: Nu ben ik de tel kwijt! (tegen Schildpad) Huh? Wat

doen jij hier?

Schildpad: Ik weet niet in welke rij ik hoor.

Uil: Het is een brief van Veldmuis. Het is belangrijk.

 

Lied 2

He, psst Meneertje Duif,

ik heb een envelop!

Een brief voor jou, toe lees hem gauw.

Meneertje Duif sta op!

Refrein: Ik heb geen zin, ik wil het niet.

Het kan me toch niks schelen.

't Is mij een zorg, 't is mij een zorg.

Ze moeten me maar mailen.

He, psst, Meneertje Duif,

het is belangrijk, echt

Een brief voor jou, toe lees hem gauw.

En hoor wat Veldmuis zegt.

Refrein

He, psst, Meneertje Duif,

een hele grote eer

Een brief voor jou, toe lees hem gauw.

Hij komt naar hier, de Heer

 

Meneertje Duif kijkt even stil naar Uil. Dan pakt hij de envelop aan.

Hij haalt de brief eruit. Zijn ogen worden groot.

Verteller:

Beste Meneertje Duif,

Ik weet dat u het druk heeft, maar de nood is hoog. Anders zou ik u

niet schrijven. Zoals u weet worden niet alleen de dieren geteld,

maar ook de mensen. Jozef en Maria zijn naar u op weg. Ook zij

moeten geteld worden. Nu moet u begrijpen, Maria is zwanger. Van

een heel bijzonder kind. Het kan elk moment geboren worden. Ik

heb Ezel opgedragen om haast te maken. Nu is er een groot

probleem. Waar moeten zij slapen? Ik doe daarom nu een beroep

op u. Ik weet dat u het druk heeft, maar er is geen andere oplossing.

Kunt u een slaapplaats vinden voor Jozef, Maria en de baby?

Hoogachtend,

Veldmuis.

Meneertje Duif: Hier heb ik geen tijd voor. Het is te gek voor

woorden!

Uil: Het is echt belangrijk.

Meneertje Duif: Wie verzint zoiets?

Uil: Een bijzonder kindje

Meneertje Duif: Ik moet denken aan mijn reputatie.

Uil: Misschien kunnen de dieren helpen?

Meneertje Duif: Stel je voor, de dieren niet op tijd geteld.

Eekhoorn: Meneertje Duif. Nu moet u eens goed luisteren. Een baby

in de kou! Dat kan niet! We MOETEN zorgen voor een slaapplaats.

Meneertje Duif: Maar

Eekhoorn: Geen gemaar. Geen bezwaar!

Haan: Ik wil wel helpen!

Bokje: En ik!

Hond: En ik!

Eekhoorn: Dat is dan voor elkaar.

 

Scène 2: Haan heeft een plan

Haan: Ik ga even naar de CW. Eeeehh de WC.

Ooooh wat moeten we nou? Wat moeten we nou? Ja! Een

plan. Ik maak een plan!

Schildpad: Schrijf het op

Haan: Ik schrijf het poep!

Schildpad: Nee, op!

Haan: ooooh, op! Waarop?

Schildpad: WC-papier natuurlijk.

Haan: CW-papier. Dat hebben we wel.

Schildpad: WC.

Haan: WC. Ja. Natuurlijk! Een plan.

Schildpad: Mag het nu even stil zijn? Ik moet heel nodig poepen.

Vies vliegje: Ik hoor poep

Schildpad: Oh bah vies vliegje, je maakt alles vies.

Haan: Ik heb het! We vragen al onze baasjes! Er moet een plek zijn

in de flats.

Schildpad: In de stad.

Haan: Lukeleku, nu verspreek ik me weer!

Schildpad: Is er plek bij jou thuis? Het huis van de burgemeester?

Haan: Ik bel hem meteen!

Verteller:

Bij ons, kraaide burgemeesters haan

zal vanavond een koning komen.

Maar de stad was zo vol en het volk was zo dol

en de burgemeester zijn hoofd was op hol.

Dus Maria moest maar weer verder gaan.

Bij hem werd zij niet opgenomen.

Haan: Ik heb het gevraagd, maar de murgebeester zegt dat

er bij ons geen plaats is.

Schildpad: Bur. ge. mee. ster.

Haan: Een nieuw plan!

Schildpad: Ik moet eerst poepen.

Vies vliegje: Nou schiet op dan, een echt feestmaal.

 

Scène 3: De telling gaat verder en Muilezel

vraagt de rabbijn

Meneertje Duif: Volgende! … Volgende! … Volgende!

Eekhoorn: Schildpad, wat doe jij nou hier?

Schildpad: Ik moest naar deze rij!

Eekhoorn: Dat klopt natuurlijk niet, ga maar naar de andere rij.

Schildpad: Ja maar

Meneertje Duif: Papegaaitje, jou heb ik net toch al geteld?

Papegaaitje: Ja! En hier ben ik weer!

Meneertje Duif: Dat is helemaal niet de bedoeling! Volgende… Huh?

Hond? Jou heb ik toch ook al geteld?

Hond: Ja! Tadaaaaa!

Meneertje Duif: Dit is geen show! Dit is een telling!

Papegaaitje: Een wedstrijdje! Wie het verst kan tellen!

Eekhoorn: Nee, we tellen de dieren.

Hond: En ik tel voor twee!

Meneertje Duif: Alle dieren moeten één keer geteld worden. Ook jij.

Uil: En ik tel wel tot 100!

Eekhoorn: Welke dieren zijn al meer dan één keer geteld?

Alle dieren steken hun hand op.

Meneertje Duif: Pot jan drie dubbeltjes.

 

Lied 3

Refrein:

Rel del tel snel kijk daar is de bel

en als je bij de 100 bent dan geef je hem een lel

2x

Trek hem aan de bel

Tellen 1 t/m 48

Refrein

Tellen 49 t/m 75

Refrein

Tellen 76 t/m 100

Belgeluid!

Meneertje Duif: Goed! We beginnen opnieuw. Iedereen mag één

keer in de rij staan.

Papegaaitje: Eén keer staan, één keer vliegen, één keer hinkelen

Hond: Ik zie dubbel! 2, 4, 6, 8, 10

Eekhoorn: Waag het niet!

Uil: Maar nu hebben we nog steeds geen slaapplaats gevonden!

Meneertje Duif: Oók dat nog.

Muilezel: Laat mij maar. Ik heb misschien een i-a-dee.

Papegaaitje: A POEF!

Schildpad: Hij bedoelt een idee.

Papegaaitje: Oh daar kan ik wel bij helpen!

Muilezel: Ik bel mijn baasje, de rabbijn! Hij kan toch geen nee

zeggen?

Verteller:

Bij ons, zei de muilezel van de rabbijn,

Zal vannacht een profeet zijn te vinden.

Maar de rabbi, zijn heer, was zo goed in de leer,

ja van 's morgens tot 's nachts met de wet in de weer.

En wat kon nou zo'n echtpaar uit Nazareth zijn?

Hij had toch al geen plaats voor zijn vrinden.

Muilezel: Ik heb het gevraagd, maar de rabbijn vond het

geen goed i-a-dee.

Papegaaitje: (ritst zijn lippen dicht en doet als of hij dood op de

grond valt)

Schildpad: Papegaaitje, leef je nog?

Papegaaitje: Ja meneer

Meneertje Duif: Hij is er nog.

Scène 4: Hond vraagt zijn de herbergier

Hond: Laat mij het dan proberen. Ik bel meteen!

Verteller:

Bij ons, blafte de hond van de herbergier,

komt een heel hoge gast logeren.

Maar de waard had het druk. Ieder bed, elke kruk

was bezet en de helft van 't servies was al stuk.

En hij tapte de wijn en hij tapte het bier

voor wie geld had om veel te verteren.

Hond: Ik heb het gevraagd, maar de herbergier zegt dat

zelfs mijn mandje vol is.

 

Lied 4

Vol, vol. We zitten vol.

Van onder tot boven, niet te geloven

Tjok tot aan de nok, propvol.

Maakt niemand dan plaats voor wie later komt?

Is je plek bezet, heb je ’s nachts dan geen bed?

Geen plaats. Jammer, geen plaats.

Vol, vol. We zitten vol.

Van onder tot boven, niet te geloven

Tjok tot aan de nok, propvol.

Wij hebben genoeg aan een simp’le stal,

Die beschut tegen wind. ’t Is genoeg voor het kind.

Genoeg, meer dan genoeg.

 

Scène 5: Olifant en Bokje smeden een plan

Op één hoek van het podium smeden Olifant en Bokje een plan.

Schildpad hoort alles en steekt er een stokje voor op de andere

hoek van het podium.

Olifant: Bokje, waarom vraag jij het niet aan jouw baas, de leviet?

Bokje: Dat is een goede vraag.

Olifant: Misschien is dit je kans

Bokje: We worden rijk.

Olifant: We sluiten hem op.

Bokje: Zetten hem gevangen!

Olifant: Niemand komt er ooit achter dat wij het waren.

Bokje: We vragen losgeld.

Olifant: Een koningskind, helemaal voor onszelf!

Bokje: En denk aan al die cadeaus.

Olifant: Misschien krijgt hij wel goud.

Bokje: Of wierook. Of mirre!

Olifant: Daar krijgen we een fortuin voor.

Bokje: Ik bel meteen de leviet.

Verteller:

Bij ons, blaatte 't bokje van de leviet,

zal een hogepriester verschijnen.

Maar zijn baas zei: ik moet, morgenochtend met spoed

naar de tempel en dus, hoeveel leed het mij doet,

gaat u verder. De wet van de tempel gebiedt

dat ik oppassen moet voor 't onreine.

Bokje: Ik heb het gevraagd, maar de leviet zegt dat hij er

geen brood in ziet.

Olifant: Een gemiste kans.

Bokje: Maar we ontvoeren hem later!

Olifant: Alsnog worden we rijk.

Schildpad haast zich naar de andere hoek van het podium

Schildpad: Uil! Meneertje Duif! Het gaat niet goed! Olifant en Bokje

willen het kindje ontvoeren.

Uil: Dat is niet best.

Meneertje Duif: Een slechte zaak.

Uil: Het is een heel bijzonder kind.

Meneertje Duif: Ik moet denken aan mijn reputatie.

Schildpad: Wat doen we nu?

Uil: We moeten het kindje beschermen.

Meneertje Duif: Olifant en Bokje zijn al geteld.

Uil: Vergeet nou eens die telling, dit is echt belangrijk.

Meneertje Duif: Dus ik heb ze hier niet meer nodig.

Schildpad: Wat wil je zeggen, Meneertje Duif?

Meneertje Duif: We sturen ze de verkeerde kant op. Zo komen ze er

nooit achter waar de baby is.

Uil: Je bent geniaal.

Schildpad: Maar hoe?

Meneertje Duif: Laat mij maar.

Meneertje Duif: De dieren die geteld zijn

mogen gaan. We hebben gehoord dat het kindje toch niet hierheen

komt. Het gaat naar een land hier ver vandaan.

Olifant: Daar moeten wij ook heen.

Bokje: Een land hier ver vandaan, daar ben ik pas geweest. Ik weet

de weg!

Olifant: We gaan, snel!

Olifant en Bokje verlaten het podium.

Schildpad: Opgeruimd staat netjes.

Uil: Maar nu hebben we nog steeds geen slaapplaats voor het kindje!

Eekhoorn: De stad is helemaal vol, hoe moet dat nou?

Meneertje Duif: Ik weet het ook niet meer.

Muilezel: Wij slapen in een heel fijne stal

Os: Dat is waar

Muilezel: Het stro is vers en schoon

Vies vliegje: Schoon? Daar is toch niets aan?

Os: Dat slaapt heerlijk

Muilezel: En er is best een plekje vrij

Vies vliegje: Is er ook een vies plekje, speciaal voor mij?

Muilezel: Onze stal is heel keurig

Os: Een baby past precies in mijn voederbak

Muilezel: Alleen mag je hem dan niet opeten

Os: Een os is een planteneter. Ik lust geen baby's.

Vies vliegje: Is er geen enkel vies plekje?

Muilezel: i-a

Verteller:

Is aan ons, zei de ezel zacht tegen de os,

is aan ons dan het wonder beschoren?

En zij schoven opzij en Maria was blij

met wat hooi en wat stro, een eenvoudige sprei

En de engelen zongen in veld en in bos

dat de Heer in een stal was geboren.

Meneertje Duif: Het tellen is klaar! We zijn in totaal met een heleboel

dieren.

Eekhoorn: Zo, dat is veel.

Schildpad: Jullie hebben mij nog niet geteld!

Eekhoorn: Jij gaat ook steeds in de verkeerde rij staan.

Schildpad: Maar waar hoor ik dan bij? Bij de schone of de vieze

dieren?

Vies vliegje: Ik vind jou heel schoon. Niemand is zo vies als ik.

Haan: Nee hoor, Schildpad is hartstikke vies.

Meneertje Duif: Ja eh, geen moeilijke vragen. Schildpad er nog bij.

Dan komen we op… Een heleboel dieren plus één.

Eekhoorn: Zo, dat is nog meer.

Meneertje Duif: Veel hé?

Uil: Zullen we nu bij het kindje gaan kijken?

Tijdens het voorspel van het slotlied wordt een voederbak

neergezet. Jozef en Maria leggen hier een baby'tje in. Eventueel

kunnen wat schapen aansluiten. Dan wordt het lied ingezet.

 

Lied 5

Wonderbare Raadsman, Wonderbare Raadsman

Sterke God, Sterke God

Eeuwige Vader, Eeuwige Vader

Vredevorst, Vredevorst

Een kind is ons geboren

Een Zoon is ons gegeven

En zijn heerschappij duurt voor eeuwig

Vrolijk kerstfeest iedereen

Vrede voor de wereld, vrede voor de wereld

Heeft Hij gebracht, heeft Hij gebracht

Vrijheid voor de volken, vrijheid voor de volken

Licht in nacht, licht in de nacht

Een kind is ons geboren

Een Zoon is ons gegeven

En Zijn heerschappij duurt voor eeuwig

Vrolijk kerstfeest iedereen.

Vrede voor de wereld, vrede voor de wereld

Heeft hij gebracht, heeft Hij gebracht

Vrijheid voor de volken, vrijheid voor de volken

Licht in de nacht, licht in de nacht

Een kind is ons geboren

Een Zoon is ons gegeven

En Zijn heerschappij duurt voor eeuwig

Vrolijk kerstfeest iedereen

Vrolijk kerstfeest iedereen

Vrolijk kerstfeest iedereen!!!

Einde

Naar overzicht werkvormen

www.jop.nl maakt gebruik van cookies.
De website van de Jop gebruikt cookies van Google Analytics om de eigen kwaliteit te verbeteren. Deze gegevens zijn anoniem gemaakt. Soms wordt echter inhoud getoond van Facebook, YouTube of Twitter; deze social media gebruiken hun cookies ook om advertenties te tonen.