Werkvormen voor
jouw jeugdwerk
Programma: Kerstmusicals Werkvorm 1 van 3

Kerstmusical Twinkels

Naar overzicht werkvormen

Een kerstmusical voor kinderen, ideaal voor een kinderkerstdienst.

Musical Twinkels
Kinderkoor Twinkels, kerst 2013
O.l.v. Elly Veld & Tim Spreeuwers
Geschreven door: Eveline, Yonna, Fieke, Lize

Het verhaal
Iedereen is iets vergeten. Iets belangrijks. Wat het is, weet
niemand. Daarom gaat een groep reizigers opzoek in de hoop het
te vinden. Op hun zoektocht komen ze langs een kerk, een
kasteel en een cowboy. Steeds vinden de reizigers rare briefjes
en mensen die verkleed zijn terwijl niemand weet waarom.
Zouden onze reisgenoten vinden wat ze zoeken? Wordt het licht
aan het eind van het verhaal?

Rolverdeling

  • Elly
  • Engel 3
  • Verteller
  • Engel 4
  • Dominee
  • Wijze 1
  • Domineesvrouw
  • Wijze 2
  • Zacharias
  • Wijze 3
  • Elisabeth
  • Koning(in)
  • Jozef
  • Bediende 1
  • Maria
  • Bediende 2
  • Engel 1
  • Cowboy
  • Engel 2


Elly: Hallo allemaal. Leef je in in dit mooie kerstverhaal. Het is
anders dan andere verhalen, veel plezier bij Musical Twinkels!

Scene 1: Op zoek... de kerk
Spelers:
Verteller, Reisgenoten, dominee Martin en domineesvrouw
Verteller: Een groep mensen is opzoek. Waarnaar? Dat weet
niemand, maar onze reisgenoten weten wel dat zie iets vergeten
zijn. Het belooft een mooie reis te worden, maar ook spannend en
vol avontuur.
Zacharias: We zijn al best lang van huis. Elisabeth, denk jij dat we
gaan vinden wat we zoeken?
Elisabeth: Ik weet het niet Zacharias, we hebben nog helemaal
niks ontdekt. Het is zo raar!
Maria: Kijk daar in de verte! Een soort superkerk, kom Jozef, we
gaan erheen.
Jozef: Ja! Kom snel, geef de baby anders aan Elisabeth. Dan
gaan we extra snel. (Maria geeft de baby aan Elisabeth en klimt
op de rug van Jozef)
Elisabeth: Die twee ook altijd, er komt geen eind aan hun energie.
Vroeger was dat allemaal heel anders. (Zucht)
Jozef en Maria: Spring maar achterop bij mij, achterop mijn fiets
Jozef: Waarom moet jij altijd achterop bij mij? Ik niet bij jou?
Bij de kerkdeur aangekomen kijken Jozef en Maria achterom. De
rest is er nog steeds niet. Ze bellen vast aan.
Domineesvrouw: Hallo, wat komen jullie doen?
Elisabeth: We willen graag wat eten en een nachtje blijven
slapen, we zijn namelijk op reis.
Domineesvrouw: Nou dat moet ik aan mijn man vragen hoor,
lieverd?!
Dominee Martin komt aanlopen.
Zacharias: We hebben honger en we zoeken een plaats om te
slapen. Kunnen we hier een nachtje blijven?
Dominee Martin: Sorry, wij hebben ook niks. Er is net een grote
groep herders met schapen binnengekomen en die hebben
ALLES opgegeten. Ze blijven ook slapen. Weet je wat zo gek is?
Ze hebben geen idee waarom ze als herders verkleed zijn en
waar ineens al die schapen vandaan komen. We zijn allemaal
een beetje in de war. We zitten hier in een kerk, maar waarom?
Volgens mij vergeten we iets heel belangrijks.
Zacharias: Dat is precies waarom wij op reis zijn! Er is iets
vreemds aan de hand en we proberen te ontdekken wat dat is.
Dominee Martin: Oh! We hebben wel een vreemd briefje
gevonden, er staan alleen wat losse woorden op. Hier, neem het
mee, misschien kunnen jullie antwoorden vinden. En misschien
hebben ze bij het kasteel nog wel eten of een slaapplaats.

Lied 1: Tjok tot aan de nok
Refrein:
Vol. Vol. We zitten vol.
Van onder tot boven,
niet te geloven.
Tjok tot aan de nok,
propvol.
1. Maakt niemand dan plaats
voor wie later komt?
Is je plek al bezet,
heb je 's nachts dan geen bed?
Geen plaats. Jammer, geen plaats.
Refrein
2. Wij hebben genoeg
aan een simp'le stal,
die beschut tegen wind.
't Is genoeg voor het kind.
Genoeg, meer dan genoeg.
Refrein
Scene 2: Een ster
Spelers:
Wijzen
Wijze 1: Sjonge, we hebben wel pech. Misschien hadden we een
app moeten bedenken om te zien waar nog slaapplaatsen vrij zijn
in plaats van whatsapp.
Wijze 2: Ja dat was veel slimmer geweest. Nu lopen we rond als
een stel wijzen uit het jaar nul.
Wijze 3: En niemand weet waarom!
Wijze 1: Hey moet je die ster zien Twinkelen!
Wijze 2: Ik kan me vaag herinneren dat daar iets mee was...
Wijze 3: Ja! Nu je het zegt! Het lijkt wel alsof die ster ergens naar
wijst. Wat was dat nou met die sterren? Ik ken daar ook een liedje
over...

Lied 2: Dag ster, grote ster
Refrein
Dag ster, grote ster!
Voor wie twinkel jij?
Voor wie geef jij je twinkelend licht?
Dag ster, grote ster!
Als ik naar je kijk,
krijg ik lichtjes in mijn ogen
en een lach op mijn gezicht
1. Geef jij licht aan de wijzen?
Help jij ze door de nacht?
Grote ster, ik zie je staan.
Wijs jij ze hoe ze moeten gaan?
Refrein
2. Geef jij licht aan de herders?
Help jij ze door de nacht?
Grote ster, ik zie je staan.
Wijs jij ze hoe ze moeten gaan?
Refrein
3. Geef jij licht aan de mensen?
Help jij ons door de nacht?
Grote ster, we zien je staan.
Wijs jij ons hoe we moeten gaan?
Refrein
Wijze 1: Ik weet zeker dat dit lied ergens bijhoort, maar bij wat?
Scene 3: De koning verveelt zich
Spelers:
Koning, bediende 1, bediende 2
Koning: Wil er dan NIEMAND een potje met mij schaken?
Helemaal niemand?
Bediende 1: Sorry koning, het gaat echt niet. Er staat een paard
in de gang.
Koning: Er staaaat eeeeeeeeen paaaaard in de gaaang
Bediende 2: Eh ja, eh, maar het is helemaal geen paard oen, het
is een ezel. En een os, er staat ook een os in de gang.
Koning: Noem je mij oen?
Bediende 2: Neeeeeee, neeneeenee!!!! Ik bedoelde Besty. U niet
koning, natuurlijk niet.
Koning: Wie zet er dan ook een ezel en een os in de gang? Dat is
toch ook gewoon raar?
Bediende 1: Ik weet het ook niet, maar er wordt aan gewerkt
koninklijke hoogheid.
Bediende 2: Zo snel mogelijk tot uw dienst!
Koning: Ja (zucht) en kan er daarna dan eeeeiiindelijk iemand
met mij komen schaken?
Bediende 1: We doen ons best, maar wij snappen het ook niet. Er
zat ook zo'n raar briefje bij!
Verteller: Ik vind het maar verdacht, al die briefjes. Wat hebben ze
te betekenen? Waarom snapt niemand wat erop staat? En wat
hebben een os, ezel, baby, wijzen en dominee Martin hiermee te
maken? Misschien weet de koning in het kasteel meer.

Scene 4: Op zoek.... het kasteel
Spelers:
Engelen, koning, bedienden, Jozef, Maria
Engel 1: Ik heb de hele tijd een liedje in mijn hoofd.
Engel 2: Ik ook. En volgens mij hoort het erbij.
Engel 1: Waarbij?
Engel 2: Ja, dat weet ik niet. Als ik dat nou eens wist.
Engel 1: Misschien helpt het om het te zingen.
Engel 2: Dat is goed, maar dan wil ik wel dat ieeeedereen
meezingt. Ik heb zo het gevoel dat dat hoort.
Lied 3: Ere zij God
Ere zij God. Ere zij God
in den hoge, in den hoge, in den hoge.
Vrede op aarde, vrede op aarde,
in de mensen een welbehagen.
Ere zij God in den hoge, ere zij God in den hoge.
Vrede op aarde, vrede op aarde,
vrede op aarde, vrede op aarde!
In de mensen, in de mensen, een welbehagen.
In de mensen, een welbehagen, een welbehagen.
Ere zij God, ere zij God,
in den hoge, in den hoge, in den hoge!
Vrede op aarde, vrede op aarde,
in de mensen, een welbehagen.
Amen, amen.
Engel 1: Dat was mooi.
Engel 2: Ja. Maar het hoort ergens bij... laten we snel verder
zoeken.
Engel 3 klopt aan.
Engel 3: Hallo! We zijn opzoek naar eten en een plek om te
slapen. Kunnen we hier een nachtje blijven?
Bediende 1: Natuurlijk, kom binnen! De koning verveelt zich dood,
echt heel vervelend. Weet je wat hij allemaal uithaalt? Hij wil
schaken, maar wij snappen helemaal niks van schaken.
Engel 4: Toevallig heeft u hier te maken met een paar
schaakexperts!
Engel 3: Ja, kom maar op met die koning, ik lust hem wel rauw!
Engel 4: Sttt, zo praat je niet over een koning.
Het gezelschap loopt het kasteel binnen.
Koning: Ah wat mooi! Wie wil er schaken?
Engel 4: Oh wij houden zo van schaken!
Koning: Een engel die van schaken houdt?
Engel 3: Wij weten ook niet wat het is, we werden gisteren wakker
en toen zagen we er zó uit.
Koning: Nou kom maar op met dat geschaak...
Engel 3: Schaak …. Schaakmat!
Engel 3 en engel 4 geven elkaar een high five: Yes!!
Lied 4: De koning heeft verloren
De koning heeft verloren,
die koning, die koning.
De koning heeft verloren,
heb je ´t al gehoord?
Hij wou het schaakspel spelen,
maar lette niet goed op.
En voordat hij het wist lag heel
het schaakspel op z'n kop.
Hoe kon hem dat gebeuren,
die koning, die koning.
Hoe kon hem dat gebeuren,
werd hij afgeleid?
Een ezel balkte in de gang,
de os deed vrolijk mee.
Dus voordat hij er erg in had
was 't schaken weer passer.
Nu is hij heel bescheiden,
die koning, die koning.
Nu is hij heel bescheiden
en neemt hij zijn verlies.
De koning kent zijn betere
en klaagt geen steen of been.
In plaats trakteert hij en biedt plaats.
In 't kasteel voor iedereen.
– In 't kasteel voor iedereen!
Bediende 2: Leden van de Staten-generaal, de koning heeft voor
het eerst in zijn leven verloren. Hieperdepiep,
Allemaal: Hoera, hoera, hoera!
Koning: Waar ken ik dat liedje toch van... volgens mij is het iets
belangrijks, maar ik weet het echt niet meer. Hoe komen jullie hier
eigenlijk terecht?
Engel 1: Het is iets heel vreemds. Maria heeft ineens een baby,
Maria: Onze vrienden zien er ineens uit als wijzen uit het jaar nul,
Wijze 1: De kerk zit vol met herders en schapen,
Zacharias: En niemand weet wat er aan de hand is.
Jozef: We hebben wel een vreemd briefje gekregen van dominee
Martin, met allemaal losse woorden.
Bediende 1: Wij hebben ook een vreemd briefje gevonden!
Bediende 2: En er staan een os en een paard op de gang.
Koning: EEEERRR STAAAAAAAAT EEEEEEN PAAAAAAAARD
OP DE GANG
Bediende 1: Niet weer, oen!
Koning: Noem je mij een oen?
Bediende 2: NEEE, neeeeneeenee! Ik zei het fout, ik moest ezel
zeggen, niet paard. Ik ben een oen.
Bediende 1: Nemen jullie anders het briefje mee, misschien
hebben jullie er wat aan. Maar blijf eerst een nacht slapen. Er is
eten genoeg!
De reizigers: JEEEEEEEEEJ!!!!

Scene 5: De puzzel
Spelers:
Cowboy, reisgenoten
Verteller: Tijdens het diner in het kasteel sjokt een cowboy met
zijn ezel langs de kasteelmuren. Niemand snapt waarom er een
cowboy in dit verhaal zit. En waarom hij op een ezel rijdt. Het is
duidelijk dat iedereen in de war is. De cowboy is ook in de war,
maar komt dan iets heel belangrijks tegen.
De cowboy sjokt met zijn ezel door het gangpad:

Lied 5: sjok, sjok sjok
Sjok, sjok, sjok, liep het ezeltje,
helemaal naar Bethlehem.
Sjok, sjok, sjok, liep het ezeltje,
helemaal naar Bethlehem.
Sjok, sjok, sjok, liep het ezeltje,
helemaal naar Bethlehem.
O, wat was Maria moe.
Ze deed af en toe haar ogen toe.
Sjok, sjok, sjok, liep het ezeltje,
Jozef zocht naar onderdak.
Sjok, sjok, sjok, liep het ezeltje,
Jozef zocht naar onderdak.
Maar ze zeiden: 't Spijt ons zeer,
we hebben helaas geen slaapplaats meer.
Cowboy: (GAAAAP) Wat een nacht. Er hangt iets in de lucht. Hey,
wat licht daar op de grond?
De cowboy raapt een briefje op en bekijkt het van alle kanten.
Draait het ondersteboven, dan weer terug. Kijkt heeeeel
verbaasd.
Cowboy: Dat is raar. Dit slaat helemaal nergens op! Het heeft wel
woorden, maar toch staat er niets.
De cowboy gaat nadenkend op de rand van het podium zitten. De
engelen komen op en rekken zich uit.
Engel 3 Heeerlijk gegeten.
Engel 2: Zeg dat, mijn buikje is helemaal rond.
Engel 1 en 2 beginnen Glory to God te neuriën, Engel 3 en 4
reageren. Als het lied één keer geneuried is, begint de piano te
spelen en zingen de Engelen. Tijdens de tweede keer komen
verschillende reizigers oplopen. De derde keer zingen de engelen
voor en de andere kinderen na.

Lied 6: Glory to God
Glory to God, glory to God,
glory in the highest!
Glory to God, glory to God,
glory in the highest!
To God be glory forever!
To God be glory forever!
Alleluia! Amen!
Wijze 3: (tegen Cowboy) Hey! Jij net zo'n briefje als wij!
Cowboy: Ik snap er helemaal niets van. Allemaal losse woorden!
Wijze 3: Mag ik eens kijken? (krijgt het briefje van de cowboy)
Volgens mij... wacht eens even...
Wijze 2: (kijkt over schouder mee) Dat past precies bij...
Wijze 1: Dat meen je niet... laat zien...
Wijze 3: Dat is het!!!
De wijzen houden alle drie één van de briefjes voor zich.

Scene 6: Het Kerstverhaal
Spelers:
Verteller
Verteller:
Lucas 2
1 In die tijd kondigde keizer Augustus een decreet af dat alle
inwoners van het rijk zich moesten laten inschrijven. 2 Deze
eerste volkstelling vond plaats tijdens het bewind van Quirinius
over Syrië. 3 Iedereen ging op weg om zich te laten inschrijven,
ieder naar de plaats waar hij vandaan kwam. 4 Jozef ging van de
stad Nazaret in Galilea naar Judea, naar de stad van David die
Betlehem heet, aangezien hij van David afstamde, 5 om zich te
laten inschrijven samen met Maria, zijn aanstaande vrouw, die
zwanger was. 6 Terwijl ze daar waren, brak de dag van haar
bevalling aan, 7 en ze bracht een zoon ter wereld, haar
eerstgeborene. Ze wikkelde hem in een doek en legde hem in
een voederbak, omdat er voor hen geen plaats was in het
nachtverblijf van de stad.
8 Niet ver daarvandaan brachten herders de nacht door in het
veld, ze hielden de wacht bij hun kudde. 9 Opeens stond er een
engel van de Heer bij hen en werden ze omgeven door het
stralende licht van de Heer, zodat ze hevig schrokken. 10 De
engel zei tegen hen: ‘Wees niet bang, want ik kom jullie goed
nieuws brengen, dat het hele volk met grote vreugde zal
vervullen: 11 vandaag is in de stad van David jullie redder
geboren. Hij is de messias, de Heer. 12 Dit zal voor jullie het
teken zijn: jullie zullen een pasgeboren kind vinden dat in een
doek gewikkeld in een voederbak ligt.’ 13 En plotseling voegde
zich bij de engel een groot hemels leger dat God prees met de
woorden:
14 ‘Eer aan God in de hoogste hemel
en vrede op aarde voor alle mensen die hij liefheeft.’
15 Toen de engelen waren teruggegaan naar de hemel, zeiden
de herders tegen elkaar: ‘Laten we naar Betlehem gaan om met
eigen ogen te zien wat er gebeurd is en wat de Heer ons bekend
heeft gemaakt.’ 16 Ze gingen meteen op weg, en troffen Maria
aan en Jozef en het kind dat in de voederbak lag. 17 Toen ze het
kind zagen, vertelden ze wat hun over dat kind was gezegd. 18
Allen die het hoorden stonden verbaasd over wat de herders
tegen hen zeiden, 19 maar Maria bewaarde al deze woorden in
haar hart en bleef erover nadenken. 20 De herders gingen terug,
terwijl ze God loofden en prezen om alles wat ze gehoord en
gezien hadden, precies zoals het hun was gezegd.
21 Toen er acht dagen verstreken waren en hij besneden
zou worden, kreeg hij de naam Jezus, die de engel had genoemd
nog voordat hij in de schoot van zijn moeder was ontvangen.

Lied 7: Lied van het licht
1. Mensen kijken in het donker
naar een wereld vol verdriet.
Steek een kaars aan. Die vertelt je
van het Licht dat je straks ziet.
Refrein
Het wordt anders. Het wordt lichter.
Het wordt licht voor jou en mij
en voor iedereen op aarde.
Het wordt Kerst. God is dichtbij.
2. Mensen kijken naar de sterren.
Maar dat licht is ver en koud.
Steek een kaars aan. Die vertelt je
van het Licht dat van ons houdt.
Refrein
3. Mensen hebben mooie plannen.
Maar er gaat zo vaak wat mis.
Steek een kaars aan. Die vertelt je
dat Gods toekomst stralend is.
Refrein
4. Mensen dromen mooie dromen
van een wereld, licht en fijn.
Steek een kaars aan. Die vertelt je
hoe de wereld eens zal zijn.
Refrein
5. Mensen gaan een beetje stralen,
want het Licht raakt hen nu aan.
Je ziet lichtjes in hun ogen
als ze bij het Kerstkind staan.
Refrein

Naar overzicht werkvormen

www.jop.nl maakt gebruik van cookies.
De website van de Jop gebruikt cookies van Google Analytics om de eigen kwaliteit te verbeteren. Deze gegevens zijn anoniem gemaakt. Soms wordt echter inhoud getoond van Facebook, YouTube of Twitter; deze social media gebruiken hun cookies ook om advertenties te tonen.