Werkvormen voor
jouw jeugdwerk

Poppenkastverhaal voor kerst

Naar overzicht werkvormen

Een mooi poppenkasttheater, dat is eens wat anders met kerst!

Een prachtige kerstvertelling die je uit kunt voeren met een poppenkasttheater. Het is eens wat anders en heel erg leuk! Hieronder vind je de benodigdheden voor het decor, en het rollenspel van de poppen uitgewerkt. 

Decor paleis

Benodigdheden:

  • Koning (pop)
  • ½ minister poppen
  • Kamerscherm
  • Ivar op in nette prins kleding
  • Ivar in eenvoudige kleding, dikke jas en met rugzak
  • Rugzak is gevuld met fles drinken en stokbrood
  • Buidel met geld (grote chocolade munten)
  • Groot luxe bed
  • Stokpaard

Verteller:
In een groot land, heel ver hier vandaan, in het Oosten, woonde eens een prins. Ivar was zijn naam. Wel een paar keer per week hoorde hij:

Pop koning:
Wat hebben we toch een prachtig land, Ivar. Er is geen land, waarin de zomer de bloemen zo lang bloeien als in het onze. Er is geen land waar in de bossen en de vlakten zo mooi zijn als het onze. Later Ivar, zul jij over dit prachtige land koning zijn. Het zal je aan niets ontbreken. Alles wat ik bezit is van jou.

Ivar: 
Ja opa.

Verteller:
Maar zijn stem klonk niet vrolijk. Hij keek uit het raam. Daarbuiten lagen de steden en dorpen, de bossen en weilanden, de huizen en boerderijen, de kerken en kloosters. Overal zag je mensen. Grote mensen en kinderen, arme en rijke, aardige en onaardige. Daarover zou hij, Ivar, later koning zijn. Zijn grootvader was dat nu nog. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat was hij in de weer. Hij vergaderde met ministers en generaals, met raadgevers en andere koningen. Hij las dikke stapels met nieuwe wetten en plannen door. Ivar zuchtte.

Pop koning:
Later zul jij koning zijn. 

Verteller:
Zei zijn opa.

2 poppen (of 1 pop) ministers:
Later zult u, prins Ivar, koning zijn.

Verteller:
Zeiden de ministers.
Ze zeiden het dag in dag uit. Jaar in, jaar uit. Leefde zijn vader nog maar. Dan kon die koning worden. Dan hoefde hij niet te denken aan al die moeilijke problemen.
Dit moet u maar goed onthouden, prins Ivar, want later zult u ……

Prins Ivar:
Ik wil helemaal geen koning zijn. Ik zou niet weten hoe.

Lichten uit!! Ivar kruipt in bed.

Verteller:
Op een nacht lag Ivar in zijn bed. Het was herfst. Slapen kon hij niet. Het was niet de regen , die hem wakker hield en ook niet de wind. Hij moest steeds aan hetzelfde denken. Grootvader werd oud. En dat betekende ….. Ivar stond op. Hij zocht zijn eenvoudigste kleren uit de kast en kleedde zich aan. Hij stopte wat geld, brood, een fles drinken en wat andere spullen in een zak. Hij sloeg een warme soldatenmantel om en sloop zachtjes naar buiten. Hij haalde zijn paard (stokpaard) uit de stal en verdween door de achtertuin van het paleis in de duisternis. (geluid: kokosnoten). Weg van het paleis, weg van de ministers en weg van grootvader. Hoe goed die het ook meende. Weg van al die mensen, die het maar over een ding hadden: Ivar later, later…… Hij wilde er niet meer aan denken en daarom ging hij weg. Door weer en wind. Op zoek naar… eigenlijk wist hij het zelf niet.

Wisseling decor: wilde rivier

Benodigdheden:

  • Veerman (pop)
  • Boot (voor poppenkast)
  • Paard (voor poppenkast)
  • Blinddoek

Verteller:
In de schemer van de morgen kwam hij bij een rivier. De veerman stond bij zijn boot. De herfstregen had de rivier veranderd in een wilde stroom. Ivar schrok. Zijn paard bleef staan.

Pop veerman (zuidwesterjas + hoed):
Stap maar in jongen

Ivar:
Mijn paard wil niet.

Pop veerman:
Kom maar, dit hebben we vaker meegemaakt.

Verteller:
Hij haalde een doek tevoorschijn en Ivar bond deze als een soort blinddoek voor de ogen van het paard. Samen met Ivar leidde hij, zachtjes pratend, het paard in de boot.
Ivar verdwijnt in de poppenkast en komt op als Pop Ivar met een klein paard.

Verteller:
Met krachtige slagen roeide de veerman de boot half met de stroom mee in de richting van de overkant. De boot schommelde op de golven. Het water spatte om hun oren (water richting het publiek spetteren). Ivar hield zich stevig vast, De overkant leek zo ver en de rivier zo groot.

Pop veerman:
Vertrouw maar op mij. Ik ken de rivier en ik ken de boot.

Verteller:
Hij bracht Ivar en zijn paard veilig naar de overkant.
Ivar stapt weer uit de boot en komt voor de poppenkast.

Ivar:
Dank je wel veerman. Je doet je werk goed. Dit is voor jou (goudstuk = grote chocolademunt).

Pop veerman:
Dat is niet nodig. Ik doe mijn werk, en dat is mensen veilig naar de overkant brengen. Dat is genoeg.

Ivar:
Maar je moet toch ook eten en drinken?

Pop veerman:
Deel dan je brood met mij en wij zullen voor altijd vrienden zijn.

(Ivar haalt stokbrood uit zijn rugzak en breekt er een stuk af)

Verteller:
Dat deed Ivar, En voor het eerst sinds lange tijd had hij een vrolijk gevoel. Hij groette de veerman en vervolgde zijn reis. Hij was bevrijd van het paleis en de ministers, van zijn opa en het koningschap.

Decor: kale vlakte met stuiken, heide en gras.
Benodigdheden:

  • Schaap (pop)
  • Herder (pop)
  • Barkruk

Verteller:
Hij kwam op een kale vlakte. Een weg was er niet. Er groeiden lage struiken, heide en gras. Er was geen leven te bekennen. Uren dwaalde Ivar op de kale vlakte rond. Tot hij weer bij een struik uitkwam, die hij eerder had gezien. Hij was verdwaald. Toen zag hj een herder met een kudde. Langzaam reed hij er naar toe.

Ivar:
Herder, is hier geen weg?
(Een schaap als pop en aantal schapen als decor, als mobile.)

Pop herder:
Waar wil je heen?

Ivar:
Wist ik dat maar, dan voelde ik mij een heel ander mens.

Pop herder:
Kom laten we samen overleggen. Ik heb de tijd.

Verteller:
Hij liet zijn kudde grazen en ging zitten. Ivar ging naast hem zitten. Hij keek in de verte.

(Ivar gaat op een hoge barkruk bij de poppenkast zitten. Deze is verstopt onder de doeken bij de poppenkast).

Ivar:
Wat een eindeloze vlakte. Is het niet erg eenzaam?

Pop herder:
Ik heb mijn schapen en zorg voor ze. Dat is mijn werk. Meer heb ik niet nodig.

(Even een stilte aanhouden)

Pop herder:
Waar zorg jij voor, jonge reiziger?

Verteller:
Ivar schrok van die onverwachte vraag. Altijd was hem iets verteld, geleerd en gezegd. Nu stelde iemand zomaar ineens een vraag. Hij moest nadenken.

Ivar:
Nergens voor.

Pop herder:
Door te zorgen kunnen we leven en laten leven. Help wie je nodig heeft en je zult altijd weten waarheen je moet gaan.

Ivar:
Zo heb ik het nog nooit bekeken.

Pop herder:
Blijf vanacht bij mij. Morgen kun je verder reizen.

Verteller:
De volgende morgen wilde Ivar de herder een goudstuk (grote chocolade munt) geven, maar de herder wilde het niet hebben.

Pop herder:
Deel je fles drinken met mij en wij zullen voor altijd vrienden zijn.

Verteller:
Weer had Ivar een vrolijk gevoel en hij vervolgde zijn reis, op zoek naar de mensen waarover de herder had gesproken.

Decor: landweg met in de verte boerderij.

Benodigdheden:

  • Monnik (pop)
  • Vrouw simpel gekleed, met last op haar rug.
  • Brood, kaas

Verteller:
Ivar reed verder. Je kon merken dat het kouder werd. Het was al bijna winter. Op een landweg liep een vrouw. Ze zag er armoedig uit. Ze droeg een zware last op haar rug. Ze liep eronder gebogen. Ivar hield zijn paard in.

Ivar:
Geef mij je last vrouw. Mijn paard en ik zullen die verder dragen. 

Verteller:
De vrouw was Ivar dankbaar. Samen vervolgden ze hun weg tot ze bij een kleine boerderij kwamen.

Vrouw:
Blijf vannacht bij mij. Ik zal je herbergen als een gast.

Verteller:
De vrouw maakte een eenvoudige, maar smakelijke maaltijd. Ze aten samen. Daarna wilde Ivar de vrouw een goudstuk geven. Maar de boerin weigerde.

Vrouw:
Ik leef van wat mijn boerderijtje geeft. Ik heb mijn dieren, mijn boomgaard en mijn tuin en dat is genoeg. Deel alleen je jas met mij, zodat ik mij kan beschermen tegen de komende winterkou en wij zullen voor altijd vrienden zijn.

Verteller:
Opnieuw had Ivar een vrolijk gevoel en vervolgde zijn weg. Het leek wel of hij het paleis was vergeten met de ministers, zijn opa en het koningschap. Zo zwierf hij op zijn paard het hele land door. Zijn geld raakte op. Hij was al een tijd van huis. Het begon te sneeuwen. Zijn kleren raakten versleten. Zijn zachte handen werden werkhanden. Niemand herkende hem als prins en het was precies zoals de herder had gezegd: overal vond hij de mensen die hij zocht. Hij hielp hen en deelde wat hij in zijn rugzak had (uitdelen in de kerk). Uiteindelijk kwam Ivar terecht in een verre uithoek van het land. Al een paar dagen had hij geen mensen gezien. Ineens dacht hij weer aan zijn opa en aan het paleis.

Ivar:
Zouden ze lang naar mij hebben gezocht? Zou grootvader mijn missen? Als ik wegblijf, wie zal dan later….?

Verteller:
Hij wilde er niet aan denken, aan die lange verhalen van ministers over problemen en koning zijn. In die eenzaamheid reed hij een monnik (monnik is al in de poppenkast aan het lopen) achterop (Ivar rijd de poppenkast in). De monnik liep door de sneeuw naar zijn klooster.

Pop Ivar:
Kom en rijd met mij mee op het paard.

Pop monnik:
Ik loop en denk. Dat maakt de weg kort, mijn hart vrolijk en mijn lichaam warm.

Pop Ivar:
Waar denk je dan aan, monnik?

Pop monnik:
Ik denk aan wat er weer opnieuw gaat gebeuren. Nog een paar dagen. Hij is er als we zingen in de nacht. Als we luisteren naar het verhaal. Dan zie ik Hem voor me, een Kind nog, maar Koning voor altijd.

Verteller:
Ivar sloot even zijn ogen. Was hij zo bezig geweest met zichzelf, dat hij het feest van Kerst was vergeten? Koning voor altijd, echode het na in zijn hoofd. Een koning? Hier moest hij over nadenken.

Pop Ivar:
Hoe koning? Wat koning?

Pop Ivar:
Hier monnik, mijn laatste goudstuk. Ik dank je voor je woorden en je gezelschap.

Pop monnik:
Nee hoor ik heb geen geld nodig. Ik heb God en de mensen. Dat is genoeg. Kom jonge vriend, blijf vanavond bij mij en vertel mij jou verhalen.

Verteller:
Ivar ging mee. Hij vertelde die avond wat hij allemaal had meegemaakt. Van het paleis, de ministers en zijn opa, van de veerman en het brood dat ze deelden. Van de herder en het drinken dat ze deelden. Van de boerin en de jas die ze deelden. De monnik luisterde vol aandacht. Was dit echt een prins?

Ivar hoorde zichzelf weer zeggen: Later, zul je koning zijn!

Ivar:
Koning? Hoe? Wist ik het maar?

Pop monnik:
En nu, weet je nog niet hoe je koning moet zijn?

Ivar schudde zijn hoofd.

Pop monnik:
Wie kent het verhaal van Kerst, van het koningskind?

Iemand uit het publiek roept : ik, en vertelt kort het verhaal

Pop monnik:
In jouw verhaal, zit zijn verhaal.

Ivar:
Dat begrijp ik niet.

Pop monnik:
Het koningskind zorgt voor ons als een herder. Hij leert ons delen, net zoals jij je spullen hebt gedeeld.

Pop monnik:
Ivar, ga naar huis. Doe als koning zoals in je verhaal. Deel met ons allemaal zoals je hebt gedeeld met de veerman, de herder en de vrouw en wees koning over ons.

Ivar:
Nu weet ik hoe ik koning moet zijn.

Verteller:
De volgende morgen reed Ivar weer terug naar het paleis om zijn opa te vertellen dat hij toch koning wilde worden.

Ze leefden nog lang en gelukkig.

Naar overzicht werkvormen

www.jop.nl maakt gebruik van cookies.
De website van de Jop gebruikt cookies van Google Analytics om de eigen kwaliteit te verbeteren. Deze gegevens zijn anoniem gemaakt. Soms wordt echter inhoud getoond van Facebook, YouTube of Twitter; deze social media gebruiken hun cookies ook om advertenties te tonen.