Werkvormen voor
jouw jeugdwerk

Leven, dood en verder gaan

Naar overzicht werkvormen

Een gesprek over de dood. De dood is voor iedereen eeen spannend thema, toch is het een groot onderdeel van iedereens leven. Over de dood praten is dus ook heel belangrijk. Wat zegt de bijbel? Waar is God? wat is er na de dood? Dit zijn allemaal vragen waar christenen al eeuwen mee worstelen.

Het leven is onlosmakelijk verbonden met de dood. Maar na de dood houdt het leven niet op. De dood is overwonnen, Wat betekent dit voor jongeren? Hoe bespreek je dit moeilijke onderwerp tijdens de catechese?

Is je in een catechesegroep wilt praten over de dood, moet je als groepsleider behoorlijk wat kwaliteiten in petto hebben. Je moet je in kunnen leven, dus pastoraal sterk zijn, maar ook het leerproces begeleiden. En wat doe je met vragen waar je zelf ook geen helder antwoord op hebt? Onderstaand programma helpt je om met je groepsleden over de dood te praten. Wat is zijn de ervaringen van de deelnemers met de dood en hoe verhoudt zich dat tot hun geloof? De stappen zijn voorzien van commentaar met het oog op je verschillende rollen als begeleider.

PROGRAMMA
Doelstelling: een open gesprek over een leven na de dood
Tijdsduur: 1 uur
Groepsgrootte: ongeveer 4-14 deelnemers
Nodig: muziek en tekst van 'Tears in heaven' (Eric Clapton), kaars, tekenspullen, evt. kleine voorwerpen

Verkenning
Je laat van Eric Clapton het nummer 'Tears in Heaven' horen. Dit is een bekend en al wat ouder nummer. Echter, het gevoel blijft. De tekst is verkrijgbaar via bijvoorbeeld www.lyrics.nl. Laat na afloop een stilte vallen, ga niet meteen praten. Vraag vervolgens naar herkenning: 'Wat doet het met je? Heb je het eerder gehoord? Waar?' Het nummer is gemaakt naar aanleiding van het overlijden van het zoontje van Clapton. 'Zou jij het bij een uitvaart laten horen (dat gebeurt nogal eens)?' 'Zou het op je eigen begrafenis mogen klinken?' Met vragen als deze kom je meteen midden in het thema.

Als catecheet schep je sfeer en veiligheid. Wees bereid je eigen vragen ook zelf te beantwoorden. Je moet erop bedacht zijn dat er verdrietige ervaringen naar voren kunnen komen. Als begeleider moet  je kunnen inschatten of de ander met haar of zijn verdriet daarop door wil gaan of niet, en of de groep. dat wil. Geef aan dat catechisanten er na afloop eventueel op terug kunnen komen.

Verdieping
Lees het gedicht 'Verdriet' (zie onderaan deze werkvorm) met de jongeren door. De oorspronkelijke tekst van het gedicht 'Elegie' van Nel Benschop is vertaald naar jongeren, waarbij de essentie is vastgehouden.

Geef de jongeren kort de tijd om erover na te denken en vraag wat ze gehoord en gelezen hebben. Wat staat er nu eigenlijk, wat is ze opgevallen? Ga na een korte inventarisatie in kleinere groepen (3 personen) op de tekst in. Bespreek in welk opzicht de jongeren zich in deze tekst kunnen herkennen, en in welk opzicht niet. Doe dit door middel van interviews. Laat een catechisant een ander groepslid interviewen. De derde persoon bewaakt de tijd. Vervolgens wordt van rollen gewisseld. Uiteindelijk bespreekt het drietal welke vraag ze aan de leiding of de groep voor willen leggen.

In het gedicht is sprake van geloofsantwoorden op levensvragen. In je voorbereiding kun je zelf nagaan hoe je hier tegenover staat. Jongeren zullen zich wellicht verbazen om de dubbelheid die in dit gedicht lijkt te zitten. Enerzijds wordt God aangesproken op zijn vermogen om te troosten. Anderzijds wordt God gezien als degene die beschikt over leven en dood. De troost van God zit in de laatste woorden. De dichteres gelooft in een leven na de dood. Je komt elkaar weer tegen, lijkt erin door te klinken.
Je moet dit uit kunnen leggen aan de jongeren. Daarvoor is enige kennis nodig van wat opstanding kan betekenen voor leven en sterven. Maar je hoeft de positie van de dichteres en van jezelf niet te verdedigen. Wel denk je gedurende de voorbereiding na over de vraag hoe jij zelf over het gedicht denkt en over jouw visie op geloven voorbij de macht van de dood. In het gesprek in de groep moet je onderscheid maken tussen twee dingen. Aan de ene kant je eigen gedachten over een leven na de dood en aan de andere kant wat je in geloofstaal zou willen zeggen over de dood van anderen.
Maar het belangrijkste is dat je de deelnemers van de groep begeleidt op hun eigen zoektocht. Eigenlijk kun je telkens vragen: 'Is deze positie (ook) iets voor jou?' of: 'Kun jij je dat voorstellen?' Steeds moet je alles in het werk zetten om deze tekst in gesprek te brengen met de persoonlijke ervaringen van de jongeren en met hun kijk op hun eigen vergankelijkheid. Je rollen: tochtgenoot, gids en wijze.

Verwerking
Aan het slot vraag je aan de deelnemers een tekening te maken of een tekst te schrijven, die past bij hun idee over leven, dood en verder gaan. Het mag iets zijn wat ze bij is gebleven uit het afgelopen uur, of iets heel anders. Voor dit onderdeel is stilte nodig.
Je kunt de deelnemers uit een aantal voorwerpen (paperclip, pen, doosje, touwtje, veer, lucifer, krijtje, schaar, batterij etc.) één voorwerp laten kiezen dat hen iets zegt over (leven na) de dood. Voor uitgebreidere verwerkingen, zie ook deze en deze werkvormen.

Steek nu een kaars aan en vraag wat getekend, geschreven of gekozen is bij de kaars te leggen. Geef de ruimte om nog wat te zeggen of uit te leggen, maar dwing niet. Ieder is vrij om wat te zeggen of te zwijgen. Je sluit af met het zingen of lezen van Psalm 107:9 (Liedboek).

Bij deze stap zet je het gesprek over leven en dood om in een meditatieve handeling. De groepsleden brengen iets eigens bij het licht van God. Van jou als begeleider vraagt dat een meervoudige rol. Je onderscheidt en verheldert wat de groepsleden doen, je leidt het gesprek, je moedigt aan en begeleidt de werkvorm en je gaat voor in het aansteken van de kaars. Het is goed dat je zelf de vraag ook beantwoordt en iets schrijft, tekent of kiest. Als je aanvoelt dat de sfeer er niet naar is om deze slotstap te zetten, laat je deze achterwege. Je rol: pastorale voorganger.

Verdriet
Heer,
sla uw armen éven om mij heen;
ik ben verdrietig,
mateloos alleen,
van wie ik hou,
die nam U van mij heen.

Ik smeek U:
luister naar mij,
Heer,
ik snap het niet,
alles doet zeer,
van wie ik hou,
die is er nu niet meer.
Zie mij met Uw liefde aan,
ik heb veel mensen
waar ik heen kan gaan,
van wie ik hou,
die is hier ver vandaan.

Wordt het leven weer gelukkig,
zorgeloos en fijn?
Heer,
troost mij,
help mij met de pijn,
van wie ik hou,
die zal hier nooit meer zijn.

Heer,
geef mij alstublieft een beetje licht,
want donker is de nacht
en somber mijn gezicht,
van wie ik hou,
houdt nu zijn ogen dicht.

Heer,
ik heb gewoon niet meer de moed,
het is zo moeilijk,
het lijkt nooit meer goed,
van wie ik hou,
die is bij U,
voorgoed.

U zegt dan:
'Kom maar,
samen gaan we door.
Ik help je,
want degene die je hier verloor,
van wie je houdt,
die ging je enkel vóór:

tekst: Nel Benschop (gedicht 'Elegie')
bewerking: Marloes Meijer

Het bovenstaande programma en teksten zijn eerder gepubliceerd en overgenomen uit Gr!p 2006, nr 1, p. 26-27

Naar overzicht werkvormen

www.jop.nl maakt gebruik van cookies.
De website van de Jop gebruikt cookies van Google Analytics om de eigen kwaliteit te verbeteren. Deze gegevens zijn anoniem gemaakt. Soms wordt echter inhoud getoond van Facebook, YouTube of Twitter; deze social media gebruiken hun cookies ook om advertenties te tonen.