Werkvormen voor
jouw jeugdwerk

Leven in een AZC

Naar overzicht werkvormen

Jongeren staan stil bij het leven van asielzoekerskinderen, ze beelden zich in hoe het is om op een AZC te leven. De jongeren worden geactiveerd om een brief te schrijven en deze te versturen naar de staatsecretaris van Justitie en Veiligheid.

KORTE BESCHRIJVING
In dit item maken de deelnemende jongeren van nabij kennis met het leven van een aantal asielzoekerskinderen, onder andere door middel van een brief en een filmpje. Daarnaast maken zij kennis met de visie van de joods-christelijke traditie op de behandeling van vreemden. Met behulp van deze informatie en de uitwisseling daarover, schrijven zij ten slotte een brief, een e-mailbericht of tweets. Daarin beschrijven zij hoe gezorgd zou kunnen worden voor een menswaardig bestaan voor asielzoekerskinderen en een normale ontwikkeling tot volwassene.

Meer informatie over vluchtelingen vind je op www.kerkinactie.nl/vluchtelingen 

DOEL
· De deelnemers kunnen in grote lijnen benoemen waar de problematiek in het leven van kinderen in asielzoekerscentra door wordt bepaald: onzekerheid voor lange tijd, geen toekomstperspectief, gebrek aan informatie, gebrek aan veiligheid, onmogelijkheid duurzamere relaties te ontwikkelen, gebrek aan privacy en beperkte bewegingsruimte.
· De deelnemers leren dat de joods-christelijke traditie een God met voorkeur voor mensen in nood kent en daarom oproept ook om te zien naar vreemdelingen en hen menswaardig te behandelen.
· De deelnemers nemen kennis van aanbevelingen die asielzoekerskinderen een menswaardig bestaan en een normale ontwikkeling tot volwassene garanderen.
· De deelnemers schrijven de minister voor Immigratie en Asiel een brief, een e-mailbericht of tweets over een menswaardig leven voor asielzoekerskinderen.

VERANTWOORDING
In Nederland verblijven ruim 7000 kinderen met hun ouders en ruim 800 zonder hun ouders in asielzoekerscentra of andere vormen van asielopvang (gegevens 2018). Zij brengen een groot deel van hun jeugd door in een azc. Deze kinderen hebben – net als hun Nederlandse leeftijdsgenoten – recht op een veilige gezinssituatie, een veilige leefomgeving, goede gezondheidszorg, goed onderwijs en adequate hulpverlening als er problemen zijn bij het opgroeien en opvoeden.

Omdat de wereld van asielzoekers vaak letterlijk ver van het ‘gewone’ leven verwijderd is, is het goed autochtone Nederlandse tieners eens van nabij kennis te laten maken met het leven van hun leeftijdsgenoten in asielzoekerscentra. Dat is niet in de laatste plaats zinvol, omdat de joods-christelijke traditie boodschap heeft aan vreemdelingen, en gelovigen in Naam van God oproept naar deze mensen om te zien.

VOORBEREIDING

Praktische voorbereiding

· Lees het hele item goed door, inclusief de bijlagen.
· Ga naar http://www.kind-in-azc.nl/ en zet het filmpje klaar dat je op deze pagina vindt. Bekijk samen het filmpje op groot scherm.
· Leg voor de bijeenkomst alle benodigdheden klaar.

Persoonlijke voorbereiding

Beantwoord de volgende vragen om je persoonlijk voor te bereiden op de bijeenkomst:

· Ben je zelf op de een of andere manier betrokken bij het werk voor asielzoekers? Zo ja, hoe ervaar je deze betrokkenheid?

· Hoe denk je over het algemeen over de positie van asielzoekers in ons land? Kun je begrip opbrengen voor hun situatie of vind je dat lastig?

· Ken je persoonlijk asielzoekers? Zo ja, wat vind je van het leven dat zij (moeten) leiden?

· Voel je jezelf wel eens een ‘vreemdeling’ of heb je je wel eens een ‘vreemdeling’ gevoeld? Zo ja, zou je dat gevoel kunnen omschrijven? Ben je door deze ervaring anders in het leven komen te staan?

· Kun je je herkennen in wat er in Deuteronomium 24: 17-22 en Matteüs 25: 31-46 wordt gezegd over ‘vreemdelingen’?

· Begrijp je waarom de Bijbel zo hoog inzet op de zorg voor vreemdelingen en waarom is dat naar jouw inzicht ook belangrijk voor christenen van nu?

BENODIGDHEDEN

· Losgeknipte kaartjes uit bijlage 1;
· Tenminste tien waxinelichtjes;
· Lucifers of een aansteker;
· Voor iedere deelnemer een kopie van bijlage 3;
· Voor iedere deelnemer een potlood;
· Gum;
· Viltstiften in verschillende kleuren;
· Een flapovervel;
· Een dikke zwarte stift;
· Voor iedere deelnemer een kopie van bijlage 4;
· Voor iedere deelnemer een vel papier;
· Voor iedere deelnemer een pen;
· Laptop met internetaansluiting;
· Beamer;
· Projectiescherm;
· Voor iedere deelnemer een bijbel (NBV);
· Voor iedere jongere een kopie van bijlage 5;
· Per twee jongeren een kopie van bijlage 6.

Opening (10 minuten)

Heet de deelnemers welkom en bied eventueel iets te drinken aan. Maak zo nodig een voorstelrondje. Vertel kort iets over de opzet van dit item (zie korte beschrijving).
Leg de tien losgeknipte kaartjes van bijlage 1, de landenkaartjes in een cirkel op tafel. Leg de kaartjes met de tekst ‘naar buiten’ neer. Deel de tien waxinelichtjes onder de jongeren uit. Vertel ondertussen dat op de kaartjes die op tafel liggen, de namen van de landen staan vanwaar in 2015 de meeste asielzoekers naar Nederland kwamen. Vraag de jongeren één voor één een waxinelichtje aan te steken, deze bij een kaartje te plaatsen en de naam van het land te noemen dat er op staat. Als je minder dan tien jongeren hebt, komen er dus een paar jongeren twee keer aan de beurt.

Spreek na het laatste kaartje het korte gebed uit dat je hier vindt. Vraag de jongeren de waxinelichtjes voorzichtig uit te blazen na het gebed.

Verkenning (20 minuten)

Deel aan alle jongeren een kopie uit van bijlage 3. Op dit werkblad staat op schaal een plattegrond van 2x3 meter. Geef de jongeren potloden en stiften en vraag hen deze oppervlakte in te richten alsof het hun slaapkamer is. De kamer moet echter zo worden ontworpen dat deze ook nog met twee andere kinderen gedeeld zou kunnen worden. Geef de jongeren ruim tien minuten de tijd.

Leg na afloop uit dat er in Nederland ruim 7000 kinderen met hun ouders en ruim 800 zonder hun ouders in asielzoekerscentra of andere vormen van asielopvang verblijven. De meeste van deze kinderen moeten jaar in jaar uit hun leefruimte delen met andere kinderen en dat gaat dan vaak om enkele vierkante meters. Vraag de jongeren nu onder de ingerichte kamer op dezelfde schaal de oppervlakte van hun eigen kamer te tekenen. Vraag de jongeren ondertussen of zij zich voor kunnen stellen dat ze zouden moeten leven als de asielzoekerskinderen. Wat zouden ze dan niet meer zo gemakkelijk kunnen doen? En hoe zou het zijn om constant rekening te moeten houden met andere kinderen? Ga niet te diep op de antwoorden in. Het gaat hier slechts om een verkenning van het onderwerp.

Verdieping (40 minuten)

Leg uit dat je nu wat dieper in wilt gaan op het leven van asielzoekerskinderen. Hoe leven zij en wat vertellen zij daar zelf over? Leg uit de je met de jongeren wilt uitzoeken hoe het leven van een asielzoekerskind eruit ziet. Leg een flapovervel op tafel en leg er een dikke zwarte stift bij.

Deel de jongeren een kopie uit van bijlage 4 en geef ze ook een vel papier en een pen. Vraag aan één van de jongeren de brief van Aram voor te lezen en vraag aan de andere jongeren ondertussen op te schrijven wat nu typerend is voor het leven van Aram als asielzoekerskind. Laat hierna het filmpje (zie VOORBEREIDING) zien en vraag de jongeren opnieuw op te schrijven wat typerend is voor de asielzoekerskinderen die er in voorkomen.

Vraag na afloop wat de jongeren allemaal hebben ontdekt en laat één van de jongeren alles onder elkaar op het flapovervel schrijven. Vul uit de lijst kenmerken hieronder aan, wat de jongeren niet hebben ontdekt:

· het is altijd onzeker hoe lang je mag blijven

· je krijgt nooit veel informatie van de mensen die over jou beslissen

· je hebt voortdurend andere mensen om je heen

· het is niet gemakkelijk mensen voor langere tijd te leren kennen

· je kunt je niet gemakkelijk vrij verplaatsen (je moet je elke week melden)

· je leeft dicht op elkaar met andere mensen – je hebt dus niet veel ruimte voor jezelf

· je bent vaak in een vieze en ongezonde omgeving

· de omgeving is vaak niet erg veilig

· omdat je niet weet of je mag blijven of dat je terug moet, kun je niet aan je toekomst bouwen.

Sta kort stil bij wat er allemaal is opgeschreven. Wat vinden de jongeren ervan? Wat is het verschil met hun eigen leven?

Mocht je dit willen, dan is het nu een goed moment om vijf minuten te onderbreken en iets te drinken in te schenken voor de jongeren.

Vraag de jongeren waarom wij eigenlijk boodschap zouden moeten hebben aan asielzoekers en vluchtelingen? Sta kort stil bij hun antwoorden. Leg dan uit dat het christelijk geloof altijd boodschap heeft gehad aan asielzoekers en vluchtelingen, omdat de schrijvers van de Bijbel hier heel zwaar aan hebben getild. Dat komt omdat God de mensen uit de tijd van de Bijbel steeds weer duidelijk maakte dat Hij vooral bij mensen wil zijn, die op wat voor manier dan ook in nood verkeren. Daar horen de vreemdelingen die ver van huis en haard zijn, ook bij.

Geef iedere jongere een Bijbel (Bijbel in Gewone taal of het NBV) en verdeel de groep in twee kleinere groepjes. Vraag het ene groepje Deuteronomium 24: 17-22 uit het Eerste Testament te lezen en Matteüs 25: 31-46 uit het Tweede Testament. Zeg van tevoren tegen beide groepjes dat zij aan elkaar uit moeten leggen waarom de vreemdeling in hun Bijbelgedeelte zo belangrijk is. Geef beide groepjes ongeveer vijf minuten de tijd om te lezen en na te denken over de opdracht. Laat de jongeren elkaar daarna uitleg geven.

In het verhaal in Deuteronomium wordt gesteld dat het belangrijk is om goed om te gaan met vreemdelingen, omdat de Israëlieten zelf ooit ook vreemdelingen zijn geweest, in Egypte, waar zij slecht zijn behandeld. Daar hebben zij geleerd dat je zo niet met vreemdelingen om mag gaan. In Matteüs legt Jezus uit hoe je Hem en God kunt dienen. Dat kun je onder andere doen door goed te zijn voor vreemdelingen. Jezus neemt dit heel hoog op: als je het niet doet, dan ben je verloren. Je kunt je dan in ieder geval geen volgeling van Jezus noemen. Beide redenen om goed om te gaan met vreemdelingen hebben alles te maken met wie God is: een God die vooral bij mensen wil zijn, die op wat voor manier dan ook in nood verkeren. Sta hier kort stil bij de reacties van de jongeren, mochten die er zijn.

Verwerking (20 minuten)

Vertel de jongeren dat er gelukkig mensen en organisaties zijn, die zich druk maken over de omstandigheden waarin asielzoekerskinderen moeten leven en die van alles voor hen ondernemen. Een voorbeeld daarvan is een onderzoek dat in 2018 is gedaan door het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) en de werkgroep Kind in AZC. In het rapport dat ze hebben geschreven (de samenvatting van dit rapport is te vinden als download op de website van de werkgroep Kind in AZC), hebben ze 93 aanbevelingen opgenomen om de omstandigheden van asielzoekerskinderen te verbeteren. De basis voor deze aanbevelingen is het Internationaal Verdrag voor de Rechten van het Kind dat ook Nederland in 1995 heeft ondertekend. Geef iedere jongere een kopie van bijlage 5. Neem met de jongeren de samenvatting van de aanbevelingen door, die hierop staat (de aanbevelingen zijn hier vereenvoudigd weergegeven). Volsta met het lezen van de kopjes van de alinea’s. Sta kort stil bij wat de jongeren eventueel niet goed begrijpen.

Verdeel de groep nu in groepjes van twee jongeren en geef elk groepje een kopie van bijlage 6. Vertel de jongeren dat je graag een brief, een e-mailbericht of tweets met hen wilt schrijven over de omstandigheden van asielzoekerskinderen die aansluit bij de aanbevelingen. Het bericht of de berichten (tweets) zal/zullen worden verstuurd aan de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, die verantwoordelijk is voor de asielprocedure. Laat ieder groepje twee van de aanbevelingen kiezen. Het is niet erg dat niet alle aanbevelingen aan de orde komen.

Brief of e-mailbericht:
Als je kiest voor een een brief of e-mailbericht, vraag dan aan één van de groepjes een opening te schrijven waarin iets wordt gezegd over wat het lezen van de brief van Aram, het bekijken van het filmpje en het lezen van de twee Bijbelgedeeltes heeft opgeleverd. Vraag de jongeren korte en eenvoudige zinnen te gebruiken. Ze kunnen ook gebruikmaken van de tekst uit bijlage 5. Vraag alle jongeren hun naam en e-mailadres op het papier van bijlage 6 te schrijven. Geef de jongeren vijf minuten de tijd. Daarna moeten alle onderdelen van de brief klaar zijn.

Vraag het groepje dat verantwoordelijk was voor de opening hun opening voor te lezen, gevolgd door wat de andere groepjes hebben geschreven bij de aanbevelingen. Vraag de jongeren de stukjes van de brief dan wel het e-mailbericht bij jou in te leveren. Bedank de jongeren hartelijk en beloof hen dat je de eindversie van de brief of het e-mailbericht aan hen zal mailen en dat je ervoor zal zorgen dat de brief dan wel het e-mailbericht daadwerkelijk aan de minister van Immigratie en Asiel zal worden toegezonden.

Adresgegevens:

Ministerie van Justitie en Veiligheid
t.a.v. Staatssecretaris mevrouw mr. A. Broekers-Knol
Postbus 20301
2500 EH Den Haag
070 370 79 11

https://www.rijksoverheid.nl/contact/contactformulier

Tweets:
Als je kiest voor tweets, dan heb je bijlage 6 in principe niet nodig. Je kunt deze echter wel gebruiken om de jongeren hun aantekeningen op te laten maken. Vraag twee jongeren een ‘openingstweet’ te schrijven waarin iets wordt gezegd over wat het lezen van de brief van Aram, het bekijken van het filmpje en/of het lezen van de twee Bijbelgedeeltes heeft opgeleverd. Vraag de andere jongeren per tweet tekst te schrijven, die over twee van de aanbevelingen gaat. De tekst moet uiteraard kort en bondig zijn. Stel met alle jongeren samen vast of de tweets goed geformuleerd zijn. Als je wilt, kun je ze dan direct versturen.

Afsluiting (5 minuten)

Leg de landenkaartjes van bijlage 1 nog eens op tafel. Steek samen met de jongeren de waxinelichtjes weer aan. Vraag elk van de jongeren iets te zeggen dat zij Aram of de jongeren in het filmpje graag toe zouden wensen. Eindig zelf met de woorden: ‘Dat het zo mag zijn’. Blaas dan samen de waxinelichtjes uit.

Bedank de jongeren voor hun aanwezigheid en inzet.

AANDACHTSPUNT(EN)

Het is niet ondenkbaar dat er jongeren in de groep zijn, die niet automatisch overtuigd zijn van de wenselijkheid en de noodzaak je in te zetten voor asielzoekerskinderen. Migranten, vluchtelingen en asielzoekers roepen ook onder christelijke jongeren soms felle reacties op. Het is van belang dit te bedenken als je met dit item aan de slag gaat. Laat een jongere zich negatief uit, geef hier dan ook even de ruimte voor. Geef duidelijk aan dat je het waardeert dat de jongere zich eerlijk uitspreekt en dat zijn of haar mening mag worden gehoord. Pak daarna de draad van het item weer op en nodig de jongere uit kritisch mee te blijven denken.

BIJLAGEN

  1. Landenkaartjes voor de opening
  2. Gebed bij de opening
  3. Werkblad: drie bij drie meter
  4. Brief van Aram
  5. Aanbevelingen om het leven van asielzoekerskinderen te verbeteren
  6. Werkblad: Uwe Excellentie
  7. Informatie over asielzoekers en vluchtelingen

Naar overzicht werkvormen

www.jop.nl maakt gebruik van cookies.
De website van de Jop gebruikt cookies van Google Analytics om de eigen kwaliteit te verbeteren. Deze gegevens zijn anoniem gemaakt. Soms wordt echter inhoud getoond van Facebook, YouTube of Twitter; deze social media gebruiken hun cookies ook om advertenties te tonen.