Werkvormen voor
jouw jeugdwerk

Omdat je het kunt

Naar overzicht werkvormen

Programma rond diaconaal gemeente zijn. Hulpspel, gesprek, creatieve verwerking, kaartspel, actie voor een goed doel, diaconale speurtocht, zingen

Help! (introductie)
Doelstelling: de kinderen ontdekken wanneer mensen hulp nodig hebben
Tijdsduur: tien minuten
Nodig: ruimte om te bewegen

We gaan bewegen! Maar iedereen moet naar de leiding luisteren. Als die ‘stop' roept, moet iedereen gelijk stoppen en precies zo blijven staan als ze op dat moment staan (freeze). Oefen dit even door iedereen te laten dansen en op een bepaald moment stop te roepen. Doe als leiding vooral lekker mee met dansen, dat maakt de sfeer wat losser.

Als iedereen het snapt, mogen ze allemaal rennen en heel hard ‘help' schreeuwen. Stop dit na korte tijd en vraag ze om elkaar te bekijken. Twee kinderen mogen twee anderen uitzoeken die ze zouden gaan helpen. Waarom zoeken ze die uit? (omdat die het hardste schreeuwt, het zieligst kijkt, je vriendje is, etc.).Nu mogen ze rondlopen en elkaar om hulp vragen. Roep weer stop. Twee andere kinderen mogen twee mensen uitzoeken die ze zouden helpen. Waarom zouden ze die helpen?

Deel nu de groep in tweeën. Een groepje mag zonder te praten om hulp vragen. De andere groep mag kiezen wie ze zouden helpen. Bespreek kort in de groep: hoe voelt het om zonder woorden om hulp te roepen? Hoe heb je het geprobeerd? En waar lette je op toen je iemand uitzocht om te helpen?

Draai de rollen vervolgens om en herhaal.

Jouw hulp
Doelstelling: kinderen ontdekken waarbij zij kunnen helpen
Tijdsduur: dertig minuten
Nodig: verhalen. Klik hier voor de verhalen

Bespreek kort met elkaar wie wel eens iemand geholpen heeft. Thuis, op school of op straat. Met koken, met rekenen of bij het oversteken bijvoorbeeld. En zijn ze zelf wel eens geholpen? Door ouders, vrienden, een juf of meester?

Maak groepjes van 3 kinderen. Elk groepje leest één van de verhalen uit de downloads (of je leest dit voor). De verhalen zijn elk gebaseerd op één van de zeven werken van barmhartigheid. Daarna verzinnen de kinderen hoe dit verhaal afloopt.De leiding helpt waar nodig. Lees de aanwijzingen ‘voor de leiding' onder elk verhaal. Na afloop lezen jullie de mooiste verhalen in de groep en praten erover na.

Dromen
Doelstelling: kinderen leren zelf zien waar hulp nodig is
Tijdsduur: veertig minuten
Nodig: Groot vel (behang)papier, penselen, verf

Teken op een heel groot vel papier een cirkel. Deel die in in partjes, zoveel als er deelnemers zijn (of maak twee grote cirkels). Elke deelnemer mag in 1 vakje verven. Maar let op, als ze bij de rand komen, moet het plaatje aansluiten bij dat van de andere kinderen. Vertel de kinderen dat ze hun ideale wereld mogen verven. Ze mogen helemaal zelf weten wat ze verven. Mooie natuur, veel vrienden, hartjes, vrede... Alleen, het moet uiteindelijk wel één kunstwerk worden, dus de verschillende partjes moeten aansluiten.

Voor jonge kinderen is het genoeg als ze één of twee dingen samen op de grens van het partje verven, of de kleuren aan laten sluiten. Voor oudere kinderen moeten de delen ook inhoudelijk aansluiten. Zo ontstaan gesprekken over de verschillen in idealen. Kun je vrede hebben als iemand ook rijk wil zijn? Kun je eten voor iedereen hebben, als een ander vooral pretparken tekent? Als het kunstwerk af is, nemen jullie allemaal even afstand en bekijken het resultaat.

Bespreek met elkaar:

- wat zie je allemaal?
- wat vind je goed, waar heb je vragen over?
- hoe was het om op de grens van twee vakken te tekenen?

Na een korte pauze, of op een volgende bijeenkomst, kijk je nog eens. Er zullen verschillen zijn tussen de ideale werelden en de wereld waarin jullie leven. Bespreek met elkaar welke verschillen er zijn, hoe dat komt en wie kan helpen om een ideale wereld te bereiken. Bedenk ook wat jullie (in het klein) kunnen doen om een stapje dichterbij te komen. Sluit af met een gebed voor een betere wereld. Dat is al een begin.

Voor elkaar
Doelstelling: kinderen helpen elkaar (groepsbinding)
Tijdsduur: vijftien minuten en twintig minuten
Nodig: kaartjes. Klik hier om deze te downloaden  

Leg de kinderen het spel uit: "Straks krijgen jullie twee kaartjes, een kaartje met een uitroepteken en één met een vraagteken. Aan de hand van deze kaartjes gaan we elkaar helpen. Op het ene kaartje schrijf je iets waar je hulp bij nodig hebt, de komende week. Daarover gaan we elkaar interviewen, want misschien kan de hele groep elkaar wel helpen. Als je iemand hebt gevonden met een vraag waar jij bij kan helpen, schrijf je dat op je uitroeptekenkaartje. En natuurlijk ga je dat dan ook écht doen, komende week."  

Geef de kinderen allemaal een setje kaartjes. Het verzinnen van een vraag om hulp is best nog lastig, dus praat er eerst gezamenlijk over. Daarna schrijft ieder voor zich een vraag op. Dan is het tijd voor de ‘interviews'. Daarvoor mag iedereen rondlopen en elkaar vragen stellen over hun vraag. Leg wel uit dat we elkaar niet gaan uitlachen om een vraag. Het is erg knap als je elkaar om hulp durft te vragen. Als een kind iemand tegenkomt met een vraag waar hij bij kan helpen, mag die dat op zijn uitroeptekenkaartje schrijven. Alleen, dan moet hij het wel echt uitvoeren. Dus dat betekent dat hij komende week bij diegene langs moet gaan, of samen met hem wat ondernemen.

Als leiding vertel je de ouders na afloop, samen met de kinderen, wat jullie gedaan hebben en vraag je hen om hun medewerking. Geef voor de zekerheid ook nog een briefje mee waarop je de vraag en het aanbod toelicht en evt. de adresgegevens schrijft. De bijeenkomst hierna bespreek je wat er gebeurd is en hoe het was. Als dingen niet gebeurd zijn, sta dan niet alleen stil bij de reden, maar ook bij hoe het was voor degene die geholpen zou worden. Let op dat je je niet beschuldigend opstelt. Voor sommige kinderen is het niet makkelijk om ruimte te vinden in hun drukke agenda, of om hun ouders te overtuigen ze weg te brengen. Troost je dan met de gedachte dat je misschien een basis hebt gelegd voor later, als ze wél over hun eigen agenda's kunnen beschikken.  

Voor anderen
Doelstelling: de kerstgedachte verspreiden
Tijdsduur: één bijeenkomst
Nodig: afhankelijk van keuze en mogelijkheden

Met kerst werd een klein kindje geboren, dat heel veel licht en vreugde bracht. Jezus deed allerlei goede werken. Wij hebben van hem geleerd dat het belangrijk is om dat ook te doen. Dus, hoe cliché misschien ook, zeker in de aanloop naar kerst is het mooi om voor een ander aan de slag te gaan. Daadwerkelijk ergens heen gaan en meehelpen is leuk, maar niet altijd haalbaar. Op school, in de kerk en op alle andere verenigingen is het erg druk met kerstfeesten etc. Het heeft dus waarschijnlijk weinig zin om de kinderen te vragen een keer extra te komen of op een andere tijd te beginnen. Je zult de goede doelen dus naar je club toe moeten halen. Of verzin iets wat jullie met elkaar op het clubuur kunnen voorbereiden. Bijvoorbeeld kerstkransjes, kerststukjes of een kerstfilm maken voor tijdens de kerstinstuif van de kerk of een zorginstelling bij jullie in de buurt. Overleg van te voren wat voor hulp de organisatie kan gebruiken, zodat jullie niet voor niks aan de slag gaan.

Met een paar kinderen kun je vervolgens de resultaten van jullie werk langs brengen. Kun je niks leuks verzinnen wat hierop lijkt? Maak dan met elkaar kaarten en stuur die op naar zorginstellingen, met het verzoek om ze te geven aan mensen die het nodig hebben. Bespreek met elkaar waarom het belangrijk is om iets te doen voor anderen, zelfs als je daar misschien geen zin in hebt. Hoe zouden de mensen reageren? Voldoet jullie actie aan de vraag van Jezus om goed voor elkaar te zorgen?

Diaconale speurtocht
Doelstelling: ontdekken waar in de stad diaconaat plaatsvindt
Tijdsduur: voorbereiding: drie uur, uitvoering: anderhalf uur
Nodig: routekaarten, opdrachten, diaconale instellingen/activiteiten

In elk dorp en in elke stad zijn wel diaconale acties of maatschappelijke instellingen te vinden. Vraag een diaken, of iemand met inzicht in de sociale kaart om een overzicht hiervan. Benader deze instanties met de vraag of zij het goed vinden dat je met een aantal groepen kinderen langs komt tijdens een speurtocht. Zet nu een speurtocht uit langs deze ‘goede doelen'. Zorg ervoor dat er tussendoor voldoende afwisselende opdrachten zijn. Het moet geen goede doelenwandeling worden. Uiteraard kunnen de goede doelen ook ‘post' zijn.
Denk aan opdrachten als:

- een stukje kompas lopen.
- geblinddoekt en rondgedraaid onder een groot zeil door kruipen.
- een ‘schat' opgraven of van een lastige plaats vandaan halen (en weer terugleggen voor de volgende groep).|
- een paar weetvragen beantwoorden.
- een verkleedopdracht.

Op die manier blijft het spannend voor alle deelnemers.

Muzikale afsluiting
Zing met elkaar een passend lied bij dit thema.
Bijvoorbeeld:

- Geroepen om te zingen 93, Wees goed voor elkaar
- Geroepen om te zingen 94, Handen heb je om te geven
- Geroepen om te zingen 95, Hand en voet
- Geroepen om te zingen 96 Er komen andere tijden
- Evangelische liedbundel 382, Heer, Uw licht en uw liefde schijnen
- Evangelische liedbundel 240, Zoals een arm vertroostend om mij heen.
- Youth for Christ liedbundel 172, Toen ik naar mijn naaste zocht
- Iona 40, Wil je opstaan en mij volgen?

 Houd het niet alleen bij zingen, maar bespreek ook waarom het zo mooi past bij jullie bijeenkomst.

Naar overzicht werkvormen

www.jop.nl maakt gebruik van cookies.
De website van de Jop gebruikt cookies van Google Analytics om de eigen kwaliteit te verbeteren. Deze gegevens zijn anoniem gemaakt. Soms wordt echter inhoud getoond van Facebook, YouTube of Twitter; deze social media gebruiken hun cookies ook om advertenties te tonen.