Werkvormen voor
jouw jeugdwerk

Opstaan en verdergaan

Naar overzicht werkvormen

Ben jij wel eens verdrietig? Met deze werkvorm leer je dat je altijd weer blij kunt worden. Want Jezus is opgestaan!

OPSTANDING SCHILDEREN

Doel: kinderen hoop geven. Zelfs het grootste verdriet kan overwonnen worden. 
Nodig: grote vellen papier of behang (minimaal A3 formaat, minimaal 2 per kind), (plakaat)verf, kwasten, jampotjes met water, tafels om op te werken, eventueel kleden om de tafels te sparen, schorten, het verhaal ‘De vrienden van Jezus’

VOORBEREIDING

Zorg voor alle benodigdheden. Zet de ruimte klaar zodat de kinderen allemaal een plekje aan tafel hebben. Verdeel de verfspullen over de tafel(s) en leg de vellen papier klaar. 

PROGRAMMA

Introductie
Heet de kinderen op de gebruikelijke manier welkom en open jullie bijeenkomst. Vertel de kinderen dat jullie gaan schilderen. Geef de opdracht om een plaatje te maken van hun gevoel. Het gaat er niet om dat het een mooi plaatje wordt, maar dat het een plaatje is dat bij hun gevoel past. Allereerst schilderen we hoe we ons voelen als we verdrietig zijn. Hoe voelt dat? Welke kleuren zou je willen gebruiken? Neem hiervoor ongeveer 10 minuten de tijd. 

Verdieping
Laat de tekeningen even op tafel drogen en vraag de kinderen wat ze doen als ze verdrietig zijn. Gaan ze op hun kamer zitten? Spelen ze met vriendjes of vriendinnetjes? Willen ze verdrietig blijven of niet? En wat doen ze als een vriendje of vriendinnetje verdrietig is? 

Maak groepjes van 3 tot 4 kinderen. Deze groepjes maken een kort toneelstukje over een vriendje of vriendinnetje dat verdrietig is. Ze laten zien wat zij als vrienden doen om deze persoon te ondersteunen.Na 5 minuten mogen de kinderen de verschillende toneelstukjes laten zien. Neem hiervoor ruim de tijd. 

Gelukkig zijn we niet altijd verdrietig en hebben we ook niet altijd verdrietige mensen om ons heen. Want we zijn ook vaak vrolijk! Daarom maken we nu op dezelfde manier als met de verdrietige tekeningen een schilderij van hoe we ons voelen als we vrolijk zijn. Neem hiervoor ook weer 10 minuten de tijd.

Hang de ‘verdrietige’ schilderijen ondertussen aan één kant van de ruimte. Wanneer de kinderen klaar zijn met schilderen, hang je ook hun vrolijke schilderijen op. (Laat de schilderijen liggen als de kinderen veel verf hebben gebruikt.) Ruim de schilderspullen op. Als dat in jouw groep gebruikelijk is, is het nu een goed moment om even pauze te houden. 

Verwerking
Loop allemaal eens rustig door de ruimte. Wat zie je? Wat valt je op? Lijken de schilderijen op elkaar? Zijn er kleuren die alleen aan de verdrietige kant gebruikt zijn? Zijn er kleuren die alleen aan de vrolijke kant gebruikt zijn? Wordt je verdrietig van het kijken naar de verdrietige schilderijen? Helpt het dan om naar de vrolijke schilderijen te kijken?

Lees hierna het verhaal ‘De vrienden van Jezus’ aan de kinderen voor. Probeer door een gesprek met bijvoorbeeld onderstaande gespreksvragen de kinderen bewust te maken van de relatie tussen het verdriet van de vrienden van Jezus en hun eigen verdriet. En van het feit dat verdriet en dood niet het laatste woord hoeven te hebben. De vrienden van Jezus waren ook verdrietig, heel verdrietig zelfs. Waarom? Zij zouden net zulke donkere schilderijen hebben gemaakt als jullie toen ze verdrietig waren? Aan het einde van het verhaal zijn de vrienden van Jezus blij. Hoe komt dat? Als ze toen schilderijen hadden gemaakt van hun vrolijkheid, zouden die dan lijken op jullie schilderijen? Als jij verdrietig bent en je zou denken aan Jezus die is opgestaan, zou jij daar ook vrolijk van kunnen worden? Waarom wel/niet? Breng hier als coach ook gerust je eigen ervaring in.

Sluit hierna je club op een leuke, vrolijke manier af.  

Naar overzicht werkvormen

www.jop.nl maakt gebruik van cookies.
De website van de Jop gebruikt cookies van Google Analytics om de eigen kwaliteit te verbeteren. Deze gegevens zijn anoniem gemaakt. Soms wordt echter inhoud getoond van Facebook, YouTube of Twitter; deze social media gebruiken hun cookies ook om advertenties te tonen.