Werkvormen voor
jouw jeugdwerk

Ruzie? Oplossen maar!

Naar overzicht werkvormen

Drie situaties die kinderen met elkaar moeten oplossen zonder ruzie te maken.

Waar mensen zijn wordt gepraat, gelachen, gespeeld en er wordt ook wel eens ruzie gemaakt. Lang hadden we het idee dat ruzie maken eigenlijk iets is dat liefst zo snel mogelijk de kop ingedrukt moet worden. Langzamerhand denken we dat er betere manieren zijn om met ruzie om te gaan. Ruzie maken is ook niet alleen maar negatief, vaak worden de dingen, emoties, een stuk duidelijker. En als je er met elkaar uitgekomen bent, is de verhouding daarna meestal beter.

Als twee kinderen hun zinnen gezet hebben op hetzelfde, draait dat nogal eens uit op een fikse ruzie. Ze hebben immers tegengestelde belangen. Als volwassene ben je dan vaak geneigd om de ruzie voor de kinderen op te lossen, door in te grijpen. De ruzie wordt eenvoudig beëindigd. Soms is ingrijpen echt nodig, bv. als er klappen vallen, maar in heel veel situaties hoeft het niet. Je kunt kinderen ook leren omgaan met ruzie. Bij onderstaande opdrachten gaat het erom dat kinderen samen overleggen en tot een oplossing komen. 

1. Een blad voor twee
Nodig
: tekenbladen, kleurpotloden 

Je begint de activiteit met de volgende situatie: "Ik heb vandaag niet genoeg tekenbladen voor alle kinderen. Daarom krijgen twee kinderen samen één blad. Zoek allemaal iemand uit waarmee je samen wilt werken. Hoe jullie dat blad met z'n tweeën willen gebruiken mag je zelf uitzoeken. Spreek maar af wat je gaat doen." Twee kinderen krijgen dus samen een tekenblad en kleurpotloden. Ze moeten het nu eens worden over wat ze gaan doen. Zullen ze het tekenblad in tweeën delen door een streep te trekken of het vel doormidden snijden? Of vouwen en voorzichtig in twee helften scheuren? Of besluiten ze om samen een tekening te maken, tegelijk of na elkaar? Krijgen er twee ruzie, dan wijs je naar de andere kinderen, die kalm samenwerken. Spoor ze aan om te overleggen hoe ze het het beste eens kunnen worden. Als alle tekeningen 'klaar zijn bekijk je ze met elkaar. Misschien wil iemand nog iets over zijn tekening vertellen. Vraag dan welke oplossingen ze bedacht hebben. Waren er veel mogelijkheden om tot overeenstemming te komen? Laat ze reageren op elkaar.


2. Halve stoel
Nodig
: stoelen, evenveel als de helft van de groep

Zet in een kring het aantal stoelen dat de helft is van het totale aantal kinderen dat aan het spel meedoet. De andere stoelen zet je in de gang of op een andere plaats waar ze voor de kinderen onbereikbaar zijn. Dan vraag je alle kinderen midden in de kring te komen staan en je zegt: "Ga nu allemaal op een stoel zitten." Er zal gedrang en ruzie ontstaan om een stoel te bemachtigen. Na een poosje laat je de kinderen weer in het midden staan en zegt: Jullie hebben gezien dat er niet genoeg stoelen voor alle kinderen zijn. Iedereen wil graag op een stoel zitten. Wat doen we? Laat zien hoe je een oplossing vindt zonder ruzie te maken." De kinderen moeten nu overleggen wat zij kunnen doen. Ze kunnen niet met zijn tweeën op een stoel zitten, daar zijn de stoelen te smal voor. Wat wel kan is bijvoorbeeld dat een kind op een stoel gaat zitten met een ander op zijn schoot. Of twee kinderen gaan om beurten op een stoel zitten. Over telkens twee stoelen kan men een plank leggen zodat er plaats is voor drie of meer kinderen.

Alle stoelen kunnen op een kleine afstand naast elkaar in een rij gezet worden, dan kunnen veel kinderen dicht naast elkaar op de rij stoelen zitten. Ten slotte kunnen er ook nog andere voorwerpen gebruikt worden om op te zitten zoals speelkisten of emmers.


3. Wat zou jij doen?
Nodig:
 een bal of ander stuk speelgoed

De kinderen verlaten op twee na de cIubruimte. Aan beide kanten van de ruimte staan stoelen klaar voor de kinderen die later weer binnen komen. De twee in het lokaal achtergebleven kinderen maken ruzie over een bal (of een ander stuk speelgoed). Ze liggen op de grond en trekken schreeuwend aan het voorwerp. Een kind wordt binnengeroepen. Je zegt: "Kijk die twee eens. Ze vechten om de bal. Wat zou jij doen?" Het binnengeroepen kind moet een oplossing bedenken. Wat is er mogelijk? Met de kinderen praten, hen om beurten met de bal laten spelen, nog een bal halen, een heel mooi ander stuk speelgoed aanbieden of hen overtuigen van de mogelijkheid om samen zonder ruzie met de bal te spelen. Heeft het kind zijn oplossing gezegd, dan gaat het zitten en wordt het volgende kind binnengeroepen. Zijn twee kinderen aan de beurt geweest, dan spelen zij het conflict voor de volgende twee.


Verhaal: Marnix en Mieke
Nodig
: niets

De kinderen zitten op stoelen in een kring. Iemand van de leiding zegt: "Ik vertel jullie nu een paar verhaaltjes over Marnix en Mieke. Na ieder verhaaltje moeten jullie me vertellen wat jullie zouden doen." 

Moeder heeft Marnix en Mieke gewekt. Beide willen ze het eerst onder de douche. Ze hollen naar de badkamer, Marnix is er het eerst en hij geeft Mieke een duw zodat ze tegen de wasbak valt en zich bezeert. Mieke pakt een nat washandje en gooit het Marnix in zijn gezicht. Wat had jij gedaan als je Marnix of Mieke was?

De kinderen bepalen zelf of ze willen antwoorden. Na de eerste reactie vraag je wie er nog een antwoord weet en misschien zijn er nog andere kinderen die hun reactie willen geven. Daarna vertel je verder.

Marnix helpt Mieke bij het kammen van haar lange haar. Het doet pijn want hij is niet erg voorzichtig. Mieke wordt woedend en begint te huilen. Marnix gooit de kam op de grond en roept: 'Doe het dan zelf maar!"

Mieke speelt met een grote grote bal, Marnix wil er ook mee spelen. Hij pakt Mieke de bal af en holt er mee weg; Mieke loopt hem achterna en slaat hem ...

En zo kun je zelf vast ook nog wel een aantal situaties bedenken.

 

Naar overzicht werkvormen

www.jop.nl maakt gebruik van cookies.
De website van de Jop gebruikt cookies van Google Analytics om de eigen kwaliteit te verbeteren. Deze gegevens zijn anoniem gemaakt. Soms wordt echter inhoud getoond van Facebook, YouTube of Twitter; deze social media gebruiken hun cookies ook om advertenties te tonen.