Werkvormen voor
jouw jeugdwerk

Een lesje (groeps) psychologie

Naar overzicht werkvormen

Deze werkvorm gaat in op (groeps-) psychologie: iedereen neemt in een groep een bepaalde rol in. Trendsetters, stemmingmakers, leiders, meelopers; hoe ga je goed met elkaar om? Met deze werkvorm ontdek je jouw rol en ga je met elkaar aan de slag.

Iedereen maakt deel uit van groepen. Gezin, school, vrienden. En of je nu wilt of niet, die groepen hebben invloed op je. Als iedereen zegt dat catechese ‘suf' is, is het moeilijk weerstand bieden. Anderzijds, als je vrijdagavond zingt in een enthousiaste muziekgroep, is je chagrijnige stemming van die dag zo verdwenen. Welke invloed heeft een groep op je en hoe kun je zelf een -liefst positieve- stemmingmaker zijn?

In Trouw van 30 augustus 2007 stond een bericht over groepsgedrag: Consumenten kopen vooral wat anderen kopen. Als er een rij voor een grote winkelketen staat, sluiten mensen aan. Kennelijk is daar iets te koop dat je moet hebben. Hoewel wij Nederlanders onszelf graag als authentiek en eigenzinnig zien, staan ook wij onder invloed van groepen. Het is misschien een open deur, maar voor de zekerheid toch even de definitie van een groep: een groep bestaat uit twee of meer mensen die samenwerken en van elkaar afhankelijk zijn om hun behoeften te vervullen en doelen te behalen.  

"In dit soort gevallen kun je het beste doen wat de massa doet."
"Maar stel dat er twee massa's zijn?"
"Ga dan mee met de grootste."

Groepsgedrag
Groepen ontstaan spontaan wanneer mensen op elkaar lijken in leeftijd, sekse, geloof en mening. 'Trendsetters' kunnen hier invloed op uitoefenen. Is het je wel eens opgevallen? Eén van je jongeren draagt een WWJD-bandje (What Would Jesus Do) om zijn pols en een week later heeft iedereen er een. Twee deelnemers groeten elkaar bij binnenkomst met een high-five en aan het eind van de avond nemen er meer op die manier afscheid. Een groep ontstaat niet alleen uit mensen die iets delen, een groep moedigt ook gelijkheid aan. Sociale normen in de groep hebben een sterke invloed op je gedrag. Je gaat mee met de meerderheid, of juist niet, zoals Maaike (16): "Ik stoorde me al een tijdje aan het dwarse gedrag van onze groep; niet meedoen, er doorheen praten, demonstratief de andere kant op kijken. Op een gegeven moment zei ik er iets van. Dat werd niet echt op prijs gesteld, dus nu lig ik er een beetje uit." De kracht van de meerderheid wordt duidelijk wanneer je ervan afwijkt. Hetzelfde geldt voor groepsnormen. Dat blijkt wanneer je ze te vaak overtreedt: je wordt terechtgewezen door andere groepsleden en in het ergste geval gedwongen om de groep te verlaten.

Rollen
John (35): "Toen ik de kerkenraad mijn plannen met de catechese voorlegde, waren ze het niet eens met mijn methodekeuze. Vooral de meest aanwezige, ‘belangrijke' mensen lieten dat blijken. Er waren ook wel wat mensen die met mij mee gingen, maar de mensen met het meeste aanzien ‘wonnen'. Kennelijk bepalen zij uiteindelijk." Naast sociale normen, heb je ook sociale rollen in een groep. Rollen zijn de gedeelde verwachtingen in een groep over hoe bepaalde mensen zich zouden moeten gedragen. De voorzitter zou een zekere autoriteit moeten hebben, naar de groepsleiding moet je luisteren en van de catecheet kun je leren. Deze rollen zijn goed, omdat ze helpen om verwachtingen van elkaar te bepalen. Als de dominee jongeren weet te inspireren en zij op hun beurt openstaan voor zijn woorden, is er een goede catecheseles. Wanneer de dominee of de deelnemers niet de rol innemen die van ze verwacht wordt, of ze erkennen elkaars rollen niet, ontstaat er onduidelijkheid. Als groepsleden zich wél aan de rolverdeling houden en zich ernaar gedragen, hebben ze een tevreden gevoel en presteren goed. Esther (20): "Ik werd aangewezen als penningmeester op kamp. Iedereen vroeg mij om geld en wilde weten wat ons budget was. Dat vleide me wel, het gaf me een heel zelfverzekerd gevoel..." Rolverwachtingen kunnen je zekerheid geven, of zelfs laten groeien in zelfvertrouwen. Anderzijds kunnen ze ook mensen doen uitsluiten. Wanneer je niet aan de verwachtingen voldoet, hoor je er niet bij. De groep geeft reacties van afkeuring, of gaat vragen stellen. Leo (40): "In mijn catechesegroep zijn de meeste jongeren behoorlijk gebekt. Alleen Tim is stil en onzeker. Daarom laten de anderen hem links liggen, of pesten hem een beetje." Maar ‘meegaan met de groep' geeft juist een gevoel van zekerheid. Het is helder en je kunt je thuis voelen en jezelf zijn.

Stemmingmakers
Dorien (23): "Maaike wilde echt heel graag een beauty-avondje op club. Uiteindelijk zwichtte iedereen voor haar argumenten. Maar na afloop van die avond had eigenlijk alleen Maaike het naar haar zin gehad." In elke groep zijn leiders en volgers. Ook in jouw groep zijn deelnemers te vinden die makkelijk beslissingen nemen, terwijl anderen liever volgen. Bewust of onbewust bepalen die leiders de stemming in de groep en veel van wat er gebeurt. Maaike uit het voorbeeld is enthousiast over haar eigen voorstel. De rest van de groep gaat mee in haar stemming en ontdekt pas achteraf dat dit misschien niet helemaal terecht was. Hoe kun je nu zorgen dat iedereen, leider én volger, ruimte krijgt om zichzelf te zijn? Het is fijn dat er eenheid is in een groep, maar je wilt toch het liefst dat iedereen de ruimte voelt om zichzelf te zijn en een eigen mening te ontwikkelen. Er is een aantal manieren om dat te doen. Zorg dat je zelf, als leider, geen directieve rol inneemt. Voor je het weet nemen mensen jouw mening over en dat is nu net niet de bedoeling, dus blijf neutraal. Als de hele groep, onder leiding van enkele sterke karakters één mening aanhangt, zoek dan meningen van mensen buiten de groep. Laat een film zien, lees een verhaal voor of nodig iemand uit die een andere kijk op de zaak kan geven. Vraag niet altijd om een mening in de hele groep, maar werk in subgroepjes. Een andere optie is om anonieme meningen te vragen. Door reacties op te laten schrijven, met toneelstukjes aan het werk te gaan of te vragen naar ‘mogelijke antwoorden' in het algemeen. Aan de hand van de uitkomsten kun je dan verder praten over jullie persoonlijke ideeën.

William Blake: I was angry with my friend; I told my wrath, my wrath did end. Tjitte (15): "Ik wilde voetballen, maar de rest ging liever volleyballen. Daar had ik dus echt geen zin in. Telkens als de bal op de grond viel, schopte ik die weg. Toen werden ze hartstikke kwaad. Moeten ze maar naar me luisteren hoor." Soms is er ruzie in de tent. Meestal omdat iemand iets wil, waar de rest van de groep het niet mee eens is. Voetballen tegenover volleyballen bijvoorbeeld. Of er zijn twee verschillende meningen over iets. Welke muziek het beste is, of een preek nu wel of niet in de tienerdienst hoort. Hoe kun je dan helpen om de neuzen dezelfde kant op te krijgen en samen doelen te bereiken? Allereerst moet je erover praten. Dat klinkt logisch, maar in de praktijk gebeurt het niet altijd. Het is opvallend dat je, wanneer je in de groep om een mening vraagt, er in eerste instantie veel overeenkomst lijkt. Wanneer je er echter níet over praat, blijven er veel verschillen bestaan. Irving Janis (1972, 1982) noemt dit verschijnsel de groepsgedachte: een manier van denken, waarin de bestaande groepscohesie en solidariteit belangrijker is dan het overwegen van feiten op een realistische manier. Oftewel, mensen zijn bereid om hun mening bij te stellen in het belang van de groep. Als er verschillen blijven bestaan, benoem die dan en vraag of de groep zelf een oplossing of een middenweg weet. Het helpt ook om twee individuen een conflict op te laten lossen, in plaats van twee groepen. Twee individuen komen eerder tot overeenstemming. Soms is het al genoeg om de problemen te erkennen. Als twee groepen of individuen laten merken dat ze het standpunt van de ander begrijpen, ook al zijn ze het er niet mee eens, dan kom je gemakkelijker tot een oplossing. Dat geldt bijvoorbeeld ook voor Tjitte. Als iemand hem had verteld dat zijn idee óók leuk is, maar dat er nu meer zijn die willen voetballen, had het waarschijnlijk niet zo vervelend hoeven aflopen. 

Leiders
Hoe je een goede groepsleider wordt, valt niet in theorie te leren. Je moet het leren door te oefenen. Welke stijl of aanpak werkt, valt ook niet te voorspellen. Er is dus niet een ‘beste' manier van leider zijn. Het gaat makkelijker als je jezelf blijft, eerlijk en echt bent. Je bent niet in één dag de gerespecteerde leider. Pas na verloop van tijd zullen mensen jou (her)kennen en accepteren. Verwacht dus niet te snel teveel. Vraag ook mensen in je omgeving om feedback. En kijk goed naar mensen die jij goede leiders vindt. Door nabootsing kun je ook veel leren. Soms kunnen deelnemers ook leiders zijn. Door het voortouw te nemen, een belangrijk aandeel in een gesprek te hebben of zelf iets te organiseren. Maar er bestaat ook zoiets als moreel leiderschap. Bijvoorbeeld wanneer iemand opkomt voor anderen, normen- en waardenbesef laat zien, zich tegen de rest durft te keren om het op te nemen voor iemand. Een heel volwassen houding, die ook kinderen kunnen hebben. Moedig dat moreel leiderschap in jongeren aan. We zouden daar meer van moeten hebben!

Na deze lange inleiding en theorie is het hoog tijd om eens aan de slag te gaan. Hieronder vind je een paar werkvormen ie je kunt doen met jongeren rondom de beschreven thematiek. 

Ontdek je talent en rol!
Nodig: uitgebreide spelbeschrijving, kaartjes met diverse rollen en situatiebeschrijvingen. Download ze hier.

In deze werkvorm gaan jongeren aan de slag om elkaars talenten te herkennen en te zien welke rol iemand in de groep vervult. Er zijn zes rollen: De Doener, De Zorgdrager, De Groepswerker, De Denker, De Inspirater en De Ondernemer. Na de bepaling van talenten en rollen, ontdekken jongeren welke rollen bij welke situaties passen. Bijvoorbeeld: jullie hebben een diep gesprek bij catechese. Iedereen mag zijn mening geven en het is leuk wanneer er verschillende ideeën zijn. Of: jullie willen iets doen voor het goede doel. Het plan moet goed en snel uitgevoerd worden.

Stemmingmakers
Nodig: karakterkaartjes en recepten

In deze drama-werkvorm ontdekken jongeren welke invloed bepaalde karakters en daarbij horende stemmingen op de groep kunnen hebben. Er zijn acht verschillende karakterkaartjes: De Ruziezoeker, De Positivo, De Betweter, De Stille, De Negativo, Lekker Boeie, De Verwaande, De Leider. Geef telkens iemand uit de groep een kaartje met een karakteromschrijving. Deze persoon speelt uit wat op het kaartje staat. De rest van de groep reageert zoals hij of zij zelf zou reageren in deze situatie. Wijs iemand aan die aan de hand van een ‘receptkaartje' mag proberen om het gedrag wat in te perken. Op www.jop.nl/coach vind je de karakterkaartjes en de recepten die goed werken.

Voorbeeld - Karakterkaartje Positivo:
Alles is leuk, je bent super enthousiast. Je rent als een gek rond, kletst tegen iedereen en geeft niemand ruimte om je aan te spreken. Als iemand bijvoorbeeld zegt dat het vandaag zo regent, roep jij dat dat helemaal niet erg is en dat je gék bent op regen en dat je dan zo leuk... (etc.)

Recept
Positivo - enig enthousiasme kan helpen om anderen over de streep te trekken. Maak er gebruik van. Maar temper het enthousiasme waar het doordraait. Probeer te remmen door de positivo een eigen taak te geven en probeer de anderen niet onder te laten sneeuwen.

Kanjertraining
Nodig: Test kanjertraining
Doel: moreel leiderschap herkennen en aanmoedigen

Soms pesten kinderen elkaar in de groep. Anderen zijn meelopers, of komen er tegen in opstand. Over pesten en pestgedrag is al veel geschreven, maar nu kun je er direct iets mee doen. Op www.kanjertraining.nl vind je een kanjertest die laat zien wat voor type de invuller is in de groep; een pestvogel, konijn, aap of tijger.

Decibellenspel als probleemoplosser
Vaak is het goed om specifieke situaties of problemen spelenderwijs aan te pakken. Heel veel problemen in een groep komen doordat jongeren niet goed luisteren naar elkaar. Een voorbeeld van een spel om dit aan te pakken is het volgende.

Vraag jezelf af: Wat wil ik bereiken of duidelijk maken? Bijvoorbeeld: schreeuwen om aandacht is geen goed plan. Wat is de ideale situatie? Iedereen laat elkaar uitpraten. Wat is de vreselijkste situatie? Iedereen rolt schreeuwend over elkaar heen. Bedenk nu hoe je aan je deelnemers kunt duidelijk maken dat zij zelf invloed hebben op zowel de ideale als de vreselijkste situatie. Laat ze ervaren waarom het ene wel goed is en het andere niet aan de hand van een decibellentest. Vraag ze om heel zachtjes ‘blablabla' tegen elkaar te fluisteren. Eén iemand staat achter een lijn en roept een naam. Diegene komt bij hem staan en mag op zijn beurt weer een naam roepen etc. Uiteindelijk staat heel de groep aan één kant. Ga vervolgens iets harder ‘blablabla' zeggen en doe hetzelfde. Tenslotte schreeuwen jullie ‘blablabla' en zal niemand meer horen welke naam geroepen wordt. Geef vervolgens feedback, of verduidelijk je spel: Welke situatie was het handigst? Waarom wordt er dan toch wel eens geschreeuwd? Hoe kun je zorgen dat jullie elkaar horen? Hierbij kun je denken aan een stok die iemand vasthoudt, of een hoedje dat iemand opzet als hij écht iets heel belangrijks wil vertellen. Dan houdt de rest zijn mond en luistert.

Naar overzicht werkvormen

www.jop.nl maakt gebruik van cookies.
De website van de Jop gebruikt cookies van Google Analytics om de eigen kwaliteit te verbeteren. Deze gegevens zijn anoniem gemaakt. Soms wordt echter inhoud getoond van Facebook, YouTube of Twitter; deze social media gebruiken hun cookies ook om advertenties te tonen.